OUTOFPAPUA database: Lexicons of the West Papuan language area

de Clercq (1876c): Ambon Malay

Original citation: de Clercq, F. S. A. 1876. Het Maleisch der Molukken: lijst der meest voorkomende vreemde en van het gewone Maleisch verschillende woorden, zooals die gebruikt worden in de residentieën Manado, Ternate, Ambon met Banda en Timor Koepang ; benevens eenige proeven van aldaar vervaardigde pantoens, prozastukken en gedichten. Batavia: Bruining.

Search entries

Total entries: 1004
1 2 3
Headword IPA Glosses
adjigantiadʒiɡanti

‘giant, giantess’ (eng); ‘reus, reuzin’ (nld)

adjoe-adjoeadʒu-adʒu

‘imitate someone's movements’ (eng); ‘adjok’ (ind); ‘iemands bewegingen nadoen’ (nld)

adoeadu

‘spleen’ (eng); ‘de milt’ (nld)

adrèsadres

‘address on a letter’ (eng); ‘het adres van een brief’ (nld)

afioenafiun

‘ko. spinning top, made of bamboo’ (eng); ‘een soort bromtollen, gemaakt van bamboes’ (nld)

agar parlenté boléh sëbaraɡar parlente boleh sebar

‘fig. of. someone who always beats around the bush and never comes out with the truth’ (eng); ‘fig. van. iemand, die steeds ergens om heendraait en nooit voor de waarheid uitkomt’ (nld)

agasaɡas

‘small mosquitoes common on the beach’ (eng); ‘kleine muskieten aan het strand voorkomende’ (nld)

aja-ajaaja-aja

‘small kind of sieve’ (eng); ‘adjak’ (ind); ‘klein zeefje’ (nld)

ajam bobòtoajam boboto

‘chicken meat with coconut milk and cloves wrapped in leaves and stewed in hot ashes’ (eng); ‘kippenvleesch met santan en kruidnagelen in bladeren gewikkeld en in heete asch gestoofd’ (nld)

ajam faranggangajam faraŋɡaŋ

‘of chickens that are still too young to be eligible for reproduction’ (eng); ‘van kippen, die nog te jong zijn om voor de voortteling in aanmerking te komen’ (nld)

ajam kapadoajam kapado

‘ko. chicken’ (eng); ‘een kapoen’ (nld)

ajer moeloetajer mulut

‘oral mucus, saliva’ (eng); ‘mondslijm’ (nld)

ajër rarobanajer raroban

‘water that separates from the coconut fruit during oil preparation’ (eng); ‘het water, dat zich bij de olie-bereiding uit de kalapavrucht afscheidt’ (nld)

akar bàhaakar baha

‘plant that grows on coral reefs and from which sailors make bracelets that serve as a talisman against illness’ (eng); ‘een plant, die op koraalriffen groeit en waarvan de zeelieden armbanden vervaardigen, die als talisman tegen ziekte moeten dienen’ (nld)

akar boriakar bori

‘root of Millettia sericea, thrown into the sea to stun the fish’ (eng); ‘de wortel van Millettia sericea, in zee geworpen om de visschen te bedwelmen’ (nld)

alas poeroetalas purut

‘have breakfast’ (eng); ‘ontbijten’ (nld)

aling-alingaliŋ-aliŋ

‘slowly’ (eng); ‘langzaam’ (nld)

aloealu

‘pestle’ (eng); ‘stamper’ (nld)

aloöealooe

‘place the hand gropingly into something’ (eng); ‘de hand tastende ergens in brengen’ (nld)

ambil stôkambil stok

‘deliver something daily, e.g. fixedly sell palmwine to someone two or three times a day’ (eng); ‘iets dagelijks leveren, b.v. vast twee- of driemaal per dag aan iemand sagoeweer verkoopen’ (nld)

amboe-amboeambu-ambu

‘arches of coconut or other leaves, placed for decoration along both sides of the road’ (eng); ‘bogen van kalapa of andere bladeren, ter versiering langs beide zijden van den weg geplaatst’ (nld)

ampas kalapaampas kalapa

‘sediment of coconut’ (eng); ‘het bezinksel van de kokosnoot’ (nld)

ampir malamampir malam

‘eve’ (eng); ‘vooravond’ (nld)

anak bersoedaraanak bersudara

‘cousin and niece, tjoetjoe bersoedara, grandnephew and niece’ (eng); ‘neef en nicht, tjoetjoe bersoedara, achterneef en nicht’ (nld)

andjéloandʒelo

‘stretch out the body to take something away’ (eng); ‘het lichaam uitstrekken om iets weg te nemen’ (nld)

andjing ajerandʒiŋ ajer

‘someone who, hearing dance music somewhere, goes and joins in without being invited’ (eng); ‘zoo wordt iemand geheeten die, ergens dansmuziek hoorende, ongenoodigd binnenkomt en mêedoet’ (nld)

angin siboe-siboeaŋin sibu-sibu

‘sultry land wind which only blows in the morning before the mouth of the rivers, and can sometimes be very cold’ (eng); ‘de zwoele landwind, die alleen des morgens vóór de monding der rivieren waait, en soms zeer koud kan zijn’ (nld)

angkat kondisiaŋkat kondisi

‘make a toast’ (eng); ‘een toast slaan’ (nld)

anionganioŋ

‘twisted leaves or pieces of linen, placed under the objects when worn on the head’ (eng); ‘ineengedraaide bladeren of stukken lijnwaad, bij het dragen op het hoofd onder de voorwerpen gelegd’ (nld)

anisalanisal

‘basket tapered at the neck, to keep fish from the puddles at low tide’ (eng); ‘een mandje aan den hals spits toeloopende, om bij ebbe de visch uit de plassen te bewaren’ (nld)

anoesananusan

‘happy omen’ (eng); ‘een gelukkig voorteeken’ (nld)

ansangansaŋ

‘gill (of fish)’ (eng); ‘kieuw van visschen’ (nld)

aonaon

‘fallow land’ (eng); ‘braakland’ (nld)

apa koerangapa kuraŋ

‘why how so?, how come?’ (eng); ‘verbast, waarom hoe zoo?, hoe komt het?’ (nld)

arénoearenu

‘neck, cervical vertebrae’ (eng); ‘de nek, eigenlijk de halswervels’ (nld)

ari-ariari-ari

‘groin area’ (eng); ‘de liesstreek’ (nld)

arikalarikal

‘type of bird (water peacock), which mainly occurs on Buru’ (eng); ‘een soort vogel (waterpauw), die vooral op Boeroe voorkomt’ (nld)

aroe-aroearu-aru

‘sticks used to stir papeda’ (eng); ‘soort van stokjes, waarmede de papeda wordt omgeroerd, om die gaar te doen worden’ (nld)

asalasal

‘as’ (eng); ‘als’ (nld)

asal djanganasal dʒaŋan

‘if not’ (eng); ‘als maar niet’ (nld)

asam djawaasam dʒawa

‘tamarind’ (eng); ‘tamarinde’ (nld)

asarasar

‘smoke fish, meat, etc. over a fire’ (eng); ‘in den rook van het vuur toebereiden van visch, vleesch, enz’ (nld)

asisan séro baharoeasisan sero baharu

‘first fish caught in a séro, must be eaten whole, while the bones are hung up in the house’ (eng); ‘de eerste visch, die in een séro gevangen wordt, en geheel moet gegeten worden, terwijl de graat in de woning wordt opgehangen’ (nld)

asoesëngasuseŋ

‘type of edible snails, which are common on Galala beach’ (eng); ‘een soort eetbare slakken, die veel aan het strand van Galala voorkomen’ (nld)

atapatap

‘strung leaves of the sago palm’ (eng); ‘de aaneengeregen bladeren van den sagoepalm’ (nld)

atitinatitin

‘basket made of rattan, which is worn on the head’ (eng); ‘een mandje van rotan vervaardigd, dat op het hoofd wordt gedragen’ (nld)

atjoeatʃu

‘kind of harpoon, with which one kills fish at sea’ (eng); ‘een soort harpoen, waarmede men op zee de visschen doodt’ (nld)

babaoe katiakbabau katiak

‘smell of armpit sweat’ (eng); ‘rieken naar okselzweet’ (nld)

babi makan ajambabi makan ajam

‘someone who wants everything they see (fig.)’ (eng); ‘fig. voor iemand die alles wil hebben, wat hij ziet’ (nld)

babokbabok

‘curvy, rounded’ (eng); ‘bochtig, afgerond’ (nld)

badjoe torobadʒu toro

‘long jacket’ (eng); ‘een lang baadje’ (nld)

badoegalbaduɡal

‘ulcer that is about to break open’ (eng); ‘een zweer, die op het punt staat open te breken’ (nld)

bagëdoesbaɡedus

‘of rice that, when cooked in steam, is almost done’ (eng); ‘van rijst die, in stoom gekookt, bijna gaar is’ (nld)

bagi doewabaɡi duwa

‘phases of the moon’ (eng); ‘de schijngestalten der maan’ (nld)

bagontobaɡonto

‘fart’ (eng); ‘veesten’ (nld)

bailélébailele

‘row around in an orembay a few times or turn around in a litter chair by rowers or porters, upon arrival at the place of destination of traveling officials, before they disembark. It is considered an honor’ (eng); ‘het eenige malen rondscheppen met een orembaai of het ronddraaien met een draagstoel door roeiers of dragers, bij aankomst op de plaats hunner bestemming van rondreizende ambtenaren, vóór dat deze er uitstappen. Het wordt als eene eerbewijzing aangemerkt’ (nld)

bailéobaileo

‘town hall’ (eng); ‘raadhuis’ (nld)

bajakébajake

‘barb on fishing lines, the heads of arrows, etc’ (eng); ‘wêerhaak aan vischlijnen, de punt van pijlen, enz’ (nld)

bàkalbakal

‘food while traveling’ (eng); ‘levensmiddelen op reis’ (nld)

bakarbakar

‘roasting coffee, cocoa, etc.’ (eng); ‘branden van koffie, kakao, enz.’ (nld)

bakar tërangbakar teraŋ

‘bring light or ignite the light, for which lampoe is used elsewhere, sometimes also bakar palita(eng); ‘breng licht of steek het licht aan, waarvoor elders lampoe wordt gebezigd, somwijlen ook bakar palita(nld)

bakétjibaketʃi

‘play "odds or evens" with kalitji seeds by children’ (eng); ‘het spelen van even of oneven met kalitji-pilten door kinderen’ (nld)

bakibaki

‘platter’ (eng); ‘een presenteerblaadje’ (nld)

bakoebaku

‘reciprocal pronoun (occurs before verbs)’ (eng); ‘dit woordje, voor werkwoorden gevoegd, dient om den reciproquen vorm aan te duiden’ (nld)

bakoe kélébaku kele

‘walk arm in arm’ (eng); ‘gearmd loopen’ (nld)

bakoe kordèr baikbaku korder baik

‘reach an agreement’ (eng); ‘een accoord treffen’ (nld)

bakoelbakul

‘ko. basket’ (eng); ‘een soort mand’ (nld)

balèndèrbalender

‘stick to something, sticky’ (eng); ‘ergens aan kleven, kleverig’ (nld)

balëseibalesei

‘turn your back on someone’ (eng); ‘iemand den rug toekeeren’ (nld)

banërbaner

‘broad root leaves of tall trees’ (eng); ‘de breede wortelbladen van hooge boomstammen’ (nld)

bangkak babibaŋkak babi

‘swelling of the neck glands’ (eng); ‘eene opzwelling van de halsklieren’ (nld)

bangkawanbaŋkawan

‘sago leaves’ (eng); ‘sagoebladeren’ (nld)

banianbanian

‘breastplate worn by men’ (eng); ‘borstlap door mannen gedragen’ (nld)

bapa saranibapa sarani

‘godfather’ (eng); ‘peet’ (nld)

baragabaraɡa

‘rope that one wraps around feet when climbing a betel or coconut tree’ (eng); ‘het touw, dat men om de voeten windt, bij het klimmen in een pinang- of kalapaboom’ (nld)

barèngoebareŋu

‘end of string that is used to attach the copper wire to the fishing line’ (eng); ‘het eindje touw, dat gebezigd wordt om het koperdraad aan de vischlijn vast te maken’ (nld)

bariasbarias

‘dress flashily, especially for women’ (eng); ‘opzichtig gekleed gaan, vooral van vrouwen’ (nld)

baroeabarua

‘box to store fishing gear’ (eng); ‘een doos om visschersgereedschap re bewaren’ (nld)

baroekbaruk

‘fungus of the aren palm’ (eng); ‘het zwam van den arenpalm’ (nld)

basombarbasombar

‘cloudy, cloudy sky’ (eng); ‘bewolkt, betrokken van de lucht’ (nld)

batahibatahi

‘rusty, covered with rust’ (eng); ‘roestig, met roest bedekt’ (nld)

batatasbatatas

‘sweet potato’ (eng); ‘Batatas edulis’ (lat)

batëréabaterea

‘shout, scream’ (eng); ‘berterejak’ (ind); ‘schreeuwen, gillen’ (nld)

batoe apibatu api

‘fire striker’ (eng); ‘vuurslag’ (nld)

batoe poeanbatu puan

‘kind of edible soil, especially common among the Oeliasians, which sometimes pregnant women are very keen on’ (eng); ‘een soort eetbare aarde, vooral op de Oeliasers voorkomende, waarop somwijlen zwangere vrouwen zeer belust zijn’ (nld)

batoe soehoebatu suhu

‘kind of trachyte stone, which is originally soft, but when exposed to the air gradually becomes very hard’ (eng); ‘een soort trachietsteen, die oorspronkelijk zacht is, maar aan de lucht blootgesteld langzamerhand zeer hard wordt’ (nld)

batoe sombahjangbatu sombahjaŋ

‘sacrificial altar, stone on which sacrifices are made by natives’ (eng); ‘offeraltaar, steen, waarop door de Alifoeroe geofferd wordt’ (nld)

bawa tërangbawa teraŋ

‘bring light or ignite the light, for which lampoe is used elsewhere, sometimes also bakar palita(eng); ‘breng licht of steek het licht aan, waarvoor elders lampoe wordt gebezigd, somwijlen ook bakar palita(nld)

bawangbawaŋ

‘leek’ (eng); ‘Allium spp’ (lat); ‘prei’ (nld)

bawangbawaŋ

‘onions’ (eng); ‘uien’ (nld)

bèdbed

‘garden bed for growing seedlings’ (eng); ‘bedding voor kweeking van jonge plantjes’ (nld)

békin gilabekin ɡila

‘joker’ (eng); ‘grappenmaker’ (nld)

bekin hongibekin hoŋi

‘noise, make noise’ (eng); ‘geraas, getier maken’ (nld)

békin kondisibekin kondisi

‘make a toast’ (eng); ‘een toast slaan’ (nld)

békin léwën banjakbekin lewen baɲak

‘make a lot of noise’ (eng); ‘veel leven maken’ (nld)

békin schémabekin schema

‘give a departing person a farewell meal in honor’ (eng); ‘een vertrekkende ter eere een afscheidsmaal geven’ (nld)

békin sòpoebekin sopu

‘make shiny, flashy’ (eng); ‘blinkend, glanzend maken’ (nld)

bëlahbelah

‘longitudinal splitting of the leaves of the aren palm’ (eng); ‘het overlangssplijten van de bladeren van den aren-palm’ (nld)

bëlah ramboetbelah rambut

‘part the hair in the middle, which is mainly done by the Saboneean women’ (eng); ‘het haar in het midden scheiden, war daar vooral door de Saboeneesche vrouwen geschiedt’ (nld)

bélobelo

‘stakes of a seruk in the sea’ (eng); ‘de staken van een seroek in zee’ (nld)

bënaudbenaud

‘stuffy’ (eng); ‘benauwd’ (nld)

bèndar Ambonbendar ambon

‘capital Ambon’ (eng); ‘de hoofdplaats Ambon’ (nld)

bëngkoedoebeŋkudu

‘ko. plant, the root is used to color red’ (eng); ‘Morinda bracteata’ (lat); ‘[plant], de wortel wordt gebruikt om rood te kleuren’ (nld)

bernangbernaŋ

‘swim’ (eng); ‘zwemmen’ (nld)

berpakei tingkahberpakei tiŋkah

‘dress flashily, especially for women’ (eng); ‘opzichtig gekleed gaan, vooral van vrouwen’ (nld)

bërsëmoetbersemut

‘fall asleep (of limbs)’ (eng); ‘het slapen van ledematen’ (nld)

bërsinbersin

‘sneeze’ (eng); ‘niezen’ (nld)

bërsipatbersipat

‘adjoin’ (eng); ‘aangrenzen’ (nld)

bersoengoetbersuŋut

‘simmer’ (eng); ‘pruttelen’ (nld)

bétabeta

‘I, me, 1st person singular pronoun’ (eng); ‘voornw. 1e p. E.’ (nld)

bia ratjoenbia ratʃun

‘tree snail, as opposed to a sea snail, some types are mentioned under tjipoe(eng); ‘een boomslak, in tegenstelling van een zeeslak, eenige soorren worden onder tjipoe vermeld’ (nld)

bibibibi

‘Islamic shaman’ (eng); ‘islamsche doekoen’ (nld)

bidanbidan

‘midwife who was educated in Batavia’ (eng); ‘een vroedvrouw, die op Batavia onderwijs heeft genoten’ (nld)

bidji dëmambidʒi demam

‘ko. rash in the spleen area with fever’ (eng); ‘een soort uitslag in de miltstteek bij koorts’ (nld)

bidji goentoerbidʒi ɡuntur

‘thunderstones, divided into male and female according to their shape’ (eng); ‘dondersteenen, men onderscheidt ze naar den vorm in mannelijke en vrouwelijk’ (nld)

bijgebouwbijɡebouw

‘outbuilding’ (eng); ‘bijgebouw’ (nld)

bilalangbilalaŋ

‘grasshopper’ (eng); ‘sprinkhaan’ (nld)

bilalobilalo

‘sea snail’ (eng); ‘een zeeslak’ (nld)

bintangorbintaŋor

‘ko. plant, the leaves are eaten as a vegetable’ (eng); ‘Kleinhovia hospita’ (lat); ‘[plant], de bladen worden als groente gegeten’ (nld)

binti-bintibinti-binti

‘pieces of gaba-gaba are hollowed out and used to float gumutu rope’ (eng); ‘stukken gaba-gaba uitgehold en daardoor goemoetoe-touw gedreven’ (nld)

birabira

‘giant taro, the tubers of which are eaten’ (eng); ‘Alocasia macrorrhiza’ (lat); ‘[plant], de onderaardsche stengels worden gegeten’ (nld)

birmanbirman

‘neighbour’ (eng); ‘buurman’ (nld)

birorobiroro

‘legume, winged bean’ (eng); ‘Psophocarpus tetragonolobus’ (lat); ‘een peulvrucht’ (nld)

birotibiroti

‘pointed arrow-shaped bamboo strip, which is shot through a pipe by blowing on it (weapon)’ (eng); ‘de toegepunte pijlvormige bamboereep, die door blaasroeren geblazen wordt’ (nld)

bistoengkëlbistuŋkel

‘cassava’ (eng); ‘oebi kajoe’ (ind); ‘de Cassave’ (nld)

bitjara mongò-mongòbitʃara moŋo-moŋo

‘crazy talk’ (eng); ‘gekkepraat’ (nld)

bitjara télorbitʃara telor

‘speak unclearly’ (eng); ‘onduidelijk spreken’ (nld)

bitjobitʃo

‘impotent’ (eng); ‘impotens’ (nld)

bobaboba

‘scabies’ (eng); ‘schurft’ (nld)

boba kastélaboba kastela

‘severe form of syphilis’ (eng); ‘een hevige graad van syphilis’ (nld)

bobasohbobasoh

‘wet’ (eng); ‘basoh’ (ind)

bobasoh pakeianbobasoh pakeian

‘wash well’ (eng); ‘goed wasschen’ (nld)

boeboebubu

‘ko. long trap made of rattan woven to catch fish’ (eng); ‘een langwerpige fuik van rotan gevlochten, om visch te vangen’ (nld)

boedjoekbudʒuk

‘flatter, caress’ (eng); ‘vleien, streelen’ (nld)

boelanbulan

‘moon’ (eng)

boelan baharoebulan baharu

‘phases of the moon’ (eng); ‘de schijngestalten der maan’ (nld)

boelan ilangbulan ilaŋ

‘phases of the moon’ (eng); ‘de schijngestalten der maan’ (nld)

boelan pitjahbulan pitʃah

‘phases of the moon’ (eng); ‘de schijngestalten der maan’ (nld)

boelan ponohbulan ponoh

‘phases of the moon’ (eng); ‘de schijngestalten der maan’ (nld)

boeli-boelibuli-buli

‘clay pots to store all kinds of things’ (eng); ‘aarden potjes om allerlei zaken in te bewaren’ (nld)

boeloe njawabulu ɲawa

‘body hair’ (eng); ‘lichaamshaartjes’ (nld)

boeloe-boeloebulu-bulu

‘pubic hair’ (eng); ‘het haar der pudenda’ (nld)

boeloehbuluh

‘bamboo’ (eng); ‘bamboes’ (nld)

boengabuŋa

‘flower’ (eng); ‘boengan’ (ind)

boenga rajabuŋa raja

‘Chinese hibiscus’ (eng); ‘Hibiscus rosa-sinensis’ (lat)

boenga tòlòpbuŋa tolop

‘ko. plant, from whose leaf sheaths tjidakos are made’ (eng); ‘Crimun arnabile’ (lat); ‘[plant], van de bladscheeden worden tjidako's vervaardigd’ (nld)

boenga-boengabuŋa-buŋa

‘top of roof’ (eng); ‘boeboengan’ (ind); ‘de nok van het dak’ (nld)

boenga-boenga kapalabuŋa-buŋa kapala

‘crown of head’ (eng); ‘de kruin van het hoofd’ (nld)

boeroeng bainggoléburuŋ baiŋɡole

‘wagtail, ko. bird’ (eng); ‘een soon kwikstaart’ (nld)

boeroeng kondeburuŋ konde

‘heron’ (eng); ‘reiger’ (nld)

boeroeng kondoburuŋ kondo

‘ko. heron often found on the beach’ (eng); ‘een soort reiger, die veel aan het strand voorkomt’ (nld)

boeroeng kondolburuŋ kondol

‘ko. heron often found on the beach’ (eng); ‘een soort reiger, die veel aan het strand voorkomt’ (nld)

boeroeng masarikoeburuŋ masariku

‘snipe, ko. bird’ (eng); ‘een watersnip’ (nld)

boeroeng pomboburuŋ pombo

‘ko. pigeon’ (eng); ‘een soort duif’ (nld)

boetoebutu

‘penis’ (eng); ‘het membrum virile’ (nld)

boetoe anginbutu aŋin

‘whirlwind’ (eng); ‘waterhoos’ (nld)

boewang ondeibuwaŋ ondei

‘lottery’ (eng); ‘loterij’ (nld)

boeweibuwei

‘cradle, rock’ (eng); ‘wieg, schommelen’ (nld)

bokbok

‘bend’ (eng); ‘bocht’ (nld)

bosmanbosman

‘boatswain’ (eng); ‘bootsman’ (nld)

brodbrod

‘bread’ (eng); ‘brood’ (nld)

bufalobufalo

‘buffalo’ (eng); ‘buffel’ (nld)

dagoedaɡu

‘chin, jaw, jawbone’ (eng); ‘kin, kaak, kakebeen’ (nld)

dalamdalam

‘deep, depth’ (eng); ‘diep, diepte’ (nld)

daoen dilandaun dilan

‘ko. shrub’ (eng); ‘Hyptis sp.’ (lat); ‘een heester’ (nld)

daoen poetridaun putri

‘k.o. plant, after a failed harvest the three species (album, viride and rubrum) are placed with a prayer around the place to be exorcised’ (eng); ‘Graptophijllum hortense’ (lat); ‘bij tuinfosso's, b.v. na een mislukten padieoogst, worden de drie soorten (album, viride et rubrum) met doedi rondom de te bezweren paats gelegd’ (nld)

daoen takëdjodaun takedʒo

‘ko. plant’ (eng); ‘Mimosa pudica’ (lat)

dapat flaudapat flau

‘pass out’ (eng); ‘flauw vallen’ (nld)

darah sisadarah sisa

‘spots on the body, e.g. moles’ (eng); ‘vlekken op het lichaam, b.v. moederflekken’ (nld)

darajandarajan

‘wart’ (eng); ‘wrat’ (nld)

daringoedariŋu

‘plant, the roots of which are used as a medicine’ (eng); ‘Acorus sp.’ (lat); ‘een plant, waarvan de wortels tot geneesmiddel dienen’ (nld)

dengen tempodeŋen tempo

‘in time’ (eng); ‘bij tijds’ (nld)

dia soe kapokdia su kapok

‘of someone who is drunk and therefore moving like a piece of kapok’ (eng); ‘van iemand die dronken is en dus bewegelijk als een pluisje kapok’ (nld)

dia tangkap kodakdia taŋkap kodak

‘fall over (jokingly of someone)’ (eng); ‘gekscheerende van iemand die valt’ (nld)

dia tra fërdoeli satoe kèsdia tra ferduli satu kes

‘he doesn't give a damn about it’ (eng); ‘hij geeft er geen ota om’ (nld)

disèldisel

‘stone axe’ (eng); ‘een dissel’ (nld)

djadi këntaldʒadi kental

‘solidification of oil, in general thickening of liquid substances’ (eng); ‘stollen van olie, in het algemeen dik worden van vloeibare zelfstandigheden’ (nld)

djagadʒaɡa

‘branch of tree’ (eng); ‘tak van boomen’ (nld)

djagongdʒaɡoŋ

‘corn’ (eng); ‘mais’ (nld)

djambandʒamban

‘beard’ (eng); ‘tjambang’ (ind); ‘baard’ (nld)

djamboedʒambu

‘jambu fruit’ (eng); ‘de djamboevrucht’ (nld)

djamoerdʒamur

‘mushroom’ (eng); ‘paddenstoelen, champignons’ (nld)

djampidʒampi

‘mouth thrush’ (eng); ‘de spruw’ (nld)

djanggardʒaŋɡar

‘cockscomb’ (eng); ‘djengger’ (ind); ‘hanekam’ (nld)

djarakdʒarak

‘Ricinius spp’ (lat); ‘Ricinius-soorten’ (nld)

djèdèrdʒeder

‘row’ (eng); ‘rei, gelid’ (nld)

djëmandʒeman

‘persons of the same age’ (eng); ‘personen van één leeftijd’ (nld)

djembatandʒembatan

‘bridge’ (eng); ‘brug’ (nld)

djilapdʒilap

‘council of state’ (eng); ‘landraad’ (nld)

djinakdʒinak

‘tame (of animals)’ (eng); ‘tam, van dieren’ (nld)

djodʒo

‘general title by which regents are addressed if one does not know whether they are Radja, Patih or Orang kaja(eng); ‘algemeene titel, waarmede regenten worden aangesproken, als men niet weet of zij Radja, Patih dan Orang kaja zijn’ (nld)

djodjarodʒodʒaro

‘fully grown girls aged 14 to 15’ (eng); ‘volwassen meisjes van 14 à 15 jaar’ (nld)

djoemawadʒumawa

‘proud, haughty’ (eng); ‘trotsch, hoogmoedig’ (nld)

djomoedʒomu

‘tired of something’ (eng); ‘beu van iets zijn’ (nld)

dodésododeso

‘snare (of hunters)’ (eng); ‘strik van jagers’ (nld)

doegalduɡal

‘ulcer that is about to break open’ (eng); ‘een zweer, die op het punt staat open te breken’ (nld)

doesoendusun

‘garden, regular planting of fruit or other trees’ (eng); ‘tuin, geregelde aanplant van vrucht- of andere boomen’ (nld)

ëdjanedʒan

‘strain during defecation’ (eng); ‘persen bij ontlasting’ (nld)

elaela

‘fibers left over from washing sago flour and discarded’ (eng); ‘de vezels, die overblijven bij het uitwasschen van sagoe-meel en weggeworpen worden’ (nld)

epoeepu

‘tobacco pouch made of tikar leaves, mainly taken with them when traveling by the residents of Ceram’ (eng); ‘een tabakszak van tikar-bladeren, vooral door de bewoners van Ceram op reis medegenomen’ (nld)

erieri

‘old roof, unsuitable for use’ (eng); ‘oude atap, ongeschikt voor gebruik’ (nld)

esmolaesmola

‘alms, money for the poor’ (eng); ‘aalmoes, armengeld’ (nld)

ewanewan

‘forest, wood’ (eng); ‘bosch, woud’ (nld)

fábrikfabrik

‘factory’ (eng); ‘fabriek’ (nld)

fadigafadiɡa

‘seminal discharge of young men’ (eng); ‘zaadvloeiing van jongelieden’ (nld)

fagétifaɡeti

‘firecrackers’ (eng); ‘voetzoekers’ (nld)

fandisifandisi

‘auction’ (eng); ‘vendutie’ (nld)

fastioefastiu

‘tired of something’ (eng); ‘beu van iets zijn’ (nld)

fërdoeliferduli

‘concern’ (eng); ‘perdoeli’ (ind)

fërfèlferfel

‘bored’ (eng); ‘vervelen’ (nld)

figirfiɡir

‘figure’ (eng); ‘figuur’ (nld)

flauflau

‘faint’ (eng); ‘flauw’ (nld)

foefoefufu

‘make someone sit in the vapor of vinegar poured on some glowing stones, which are placed in an earthen pan under the chair, mainly used for liver disease and jaundice’ (eng); ‘iemand in den damp laten zitten van azijn, uitgegoten op eenige gloeiende steenen, die in een aarden pan onder de stoel worden geplaatst, vooral aangewend bij leverziekte en geelzucht’ (nld)

fòrhémëlforhemel

‘canopy of a bed’ (eng); ‘de hemel van een ledekant’ (nld)

fòrnaforna

‘tin for baking sago’ (eng); ‘vorm om sagoe te bakken’ (nld)

fornèsfornes

‘oven’ (eng); ‘fornuis’ (nld)

freifrei

‘have sex’ (eng); ‘vrijen’ (nld)

froegfruɡ

‘early’ (eng); ‘vroeg’ (nld)

gaba-gabaɡaba-ɡaba

‘leaf veins of the sago palm’ (eng); ‘de bladnerven van den sagoe-palm’ (nld)

gagonaɡaɡona

‘container made of garoeroe, suitable for all kinds of purposes’ (eng); ‘bak van garoeroe vervaardigd, tot allerlei doeleinden dienstig’ (nld)

gaitɡait

‘hooked’ (eng); ‘vastgehaakt’ (nld)

galaɡala

‘bamboo punt used to push a canoe forward’ (eng); ‘de bamboes, die gebruikt wordt om eene prauw voort te duwen’ (nld)

galaɡala

‘push a canoe along with a talakan’ (eng); ‘het voortboomen eener prauw met de talakan’ (nld)

galalaɡalala

‘ko. tiger claw’ (eng); ‘een soort van dadap’ (nld)

gaméɡame

‘beckon with the hand’ (eng); ‘wenken met de hand’ (nld)

gandolaɡandola

‘purple in color’ (eng); ‘paars van kleur’ (nld)

ganémoeɡanemu

‘ganemo’ (eng); ‘Gnemon gnetum’ (lat)

ganggoeɡaŋɡu

‘tease someone, make someone angry’ (eng); ‘iemand plagen, kwaad maken’ (nld)

gargantangɡarɡantaŋ

‘esophagus, throat (in general)’ (eng); ‘slokdarm, keel in het algemeen’ (nld)

garing soewaraɡariŋ suwara

‘sing in a full, clear voice’ (eng); ‘met volle heldere stem zingen’ (nld)

garoeroeɡaruru

1. ‘bamboo pieces used to catch palmwine’ (eng); ‘de bamboes om sagoeweer op te vangen’ (nld)

2. ‘chopsticks for conveying papeda to the mouth and to slurp it up’ (eng); ‘de stokjes, om de warme papeda naar den mond te brengen en zoo op te slurpen’ (nld)

garoeroeɡaruru

‘leaf sheath of the betel, coconut, sagu tree, etc.’ (eng); ‘bladscheede van den pinang-, kelapa-, sagoe-boom, enz.’ (nld)

garsèrɡarser

‘grow, develop’ (eng); ‘groeien, ontwikkelen’ (nld)

gëdoesɡedus

‘of rice that, when cooked in steam, is almost done’ (eng); ‘van rijst die, in stoom gekookt, bijna gaar is’ (nld)

gëdongɡedoŋ

‘small rooms in a home for storing goods’ (eng); ‘kleine vertrekken in eene woning om goederen te bergen’ (nld)

gèndongɡendoŋ

‘carry on arm’ (eng); ‘op den arm dragen’ (nld)

gèrdonɡerdon

‘round wooden peg’ (eng); ‘ronde houten knaap’ (nld)

gësondɡesond

‘healthy, only in writing’ (eng); ‘njaman’ (ind); ‘gezond, alleen in geschriften’ (nld)

gëtahɡetah

‘gum’ (eng); ‘gom’ (nld)

gété-gétéɡete-ɡete

‘ko. fish’ (eng); ‘Anabas scandens’ (lat); ‘een soort visch’ (nld)

gigi bësarɡiɡi besar

‘molar’ (eng); ‘kies’ (nld)

gindiɡindi

‘water jug’ (eng); ‘een waterkan’ (nld)

gioepɡiup

‘large fishing net for fishing far out to sea, at’ (eng); ‘een groot vischnet, om ver in zee mede te visschen, te’ (nld)

gobangɡobaŋ

‘ko. coin’ (eng); ‘kobang’ (ind)

godaɡoda

‘ghost, apparition’ (eng); ‘spook, geestverschijning’ (nld)

goemëtarɡumetar

‘tremble’ (eng); ‘beven’ (nld)

goemilaɡumila

‘ko. wood suitable for making furniture’ (eng); ‘een houtsoort, geschikt om meubels van te maken’ (nld)

goemiraɡumira

‘ko. wood suitable for making furniture’ (eng); ‘een houtsoort, geschikt om meubels van te maken’ (nld)

goemoetoeɡumutu

‘palm fibre’ (eng); ‘gëmoeti’ (ind)

goemoetoe pahaɡumutu paha

‘fibre of leaf sheath of the areng palm which is used to make fishing lines’ (eng); ‘de vezel van de bladscheede van den areng-palm, die wordt gebruikt tot vervaardiging van vischlijnen’ (nld)

gòfoɡofo

‘threads from the fibres of the plantain tree used to attach bait to a fishing hook’ (eng); ‘draden van de vezelen van den pisangboom, om het aas aan de vischhaak te bevestigen’ (nld)

gohébaɡoheba

‘ko. eagle which has white and red spots over its whole body’ (eng); ‘een soort kiekendief, die over het geheele lichaam wit en rood gevlekt is’ (nld)

gojang-gojangɡojaŋ-ɡojaŋ

‘sieve’ (eng); ‘een zeef’ (nld)

gojaniɡojani

‘stir something’ (eng); ‘iets omroeren’ (nld)

golémaɡolema

‘ko. fish with a split mouth, mock someone with a cleft lip’ (eng); ‘een soort visch met gespleten bek, en van daar ter bespotting van iemand met een hazenlip’ (nld)

gomala-oelarɡomala-ular

‘snakestone’ (eng); ‘slangensteen’ (nld)

gomoeɡomu

‘[plant], the fruits are eaten’ (eng); ‘Artocarpus incisa’ (lat); ‘[plant], de vruchten worden gegeten’ (nld)

gonggongɡoŋɡoŋ

‘bark (of dogs)’ (eng); ‘blaffen van honden’ (nld)

gontoɡonto

‘fart’ (eng); ‘koentoet’ (ind)

goritaɡorita

‘ko. sea animal’ (eng); ‘naam van een zeedier’ (nld)

gòsò-gòsòɡoso-ɡoso

‘device for making sago flour crumbly before it is sieved’ (eng); ‘een toestel om sagoemeel kruimelig te maken, vòòr dat het gezeefd wordt’ (nld)

gosok poetihɡosok putih

‘whitewash walls’ (eng); ‘het witten van muren’ (nld)

gòtiɡoti

‘hollowed out sago trunk through which the water drains during the preparation of sago’ (eng); ‘de uitgeholde sagoestam, waarlangs bij de bereiding van sagoe het water wegloopt’ (nld)

gràftɡraft

‘moat, deep ditch’ (eng); ‘gracht, diepe sloot’ (nld)

gràpisɡrapis

‘joke’ (eng); ‘grap’ (nld)

gréjawaɡrejawa

‘pimples on the face’ (eng); ‘puistjes in het aangezicht’ (nld)

groetɡrut

‘greetings’ (eng); ‘groeten’ (nld)

grosɡros

‘coarse’ (eng); ‘grof’ (nld)

hagahaɡa

‘dumbfounded by something, stare at someone with an open mouth’ (eng); ‘verstomd van iets zijn, iemand met open mond aanstaren’ (nld)

hahalanghahalaŋ

‘carry on the shoulder, e.g. of a carrying pole’ (eng); ‘op den schouder dragen, b.v. van een draagstok’ (nld)

hahésihahesi

‘outer covering of the branches of the sago palm’ (eng); ‘de buitenste omkleeding van de takken der sagoepalmen’ (nld)

hahoealanghahualaŋ

‘bow and stern of canoes’ (eng); ‘de voor- en achtersteven van prauwen’ (nld)

halabiroehalabiru

‘do harm, destroy something’ (eng); ‘kwaad doen, iets vernielen’ (nld)

halapéléhalapele

‘chuck, throw (coarse)’ (eng); ‘eene meer krachtige uitdrukking voor werpen of gooien’ (nld)

haliahalia

‘ginger’ (eng); ‘gember’ (nld)

hansanhansan

‘glands (tonsils) on both sides of the mouth’ (eng); ‘de klieren (amandelen) ter wêerszijden in den mond’ (nld)

harabiroeharabiru

‘do harm, destroy something’ (eng); ‘kwaad doen, iets vernielen’ (nld)

hari tahoenhari tahun

‘birthday’ (eng); ‘geboortedag’ (nld)

haroeroeharuru

‘slide down a tree’ (eng); ‘van een boom naar beneden glijden’ (nld)

hartaharta

‘price for a wedding’ (eng); ‘de koopprijs bij een huwelijk’ (nld)

hàsahasa

‘row along the beach’ (eng); ‘langs het strand oproeien’ (nld)

hatéhate

1. ‘chop a tree down with machete’ (eng); ‘met de parang in een boom hakken’ (nld)

2. ‘hiccups’ (eng); ‘de hik’ (nld)

hatihati

‘part of a plant or tree where the leaves emerge, palmier’ (eng); ‘het gedeelte van een plant of boom, waar de bladeren uitschieten, palmier’ (nld)

hati gabahati ɡaba

‘lungs’ (eng); ‘de longen’ (nld)

hèkhek

‘hiccup, belch’ (eng); ‘hik, oprisping’ (nld)

hélahaihelahai

‘exclamation of melancholy’ (eng); ‘een uitroep van zwaarmoedigheid’ (nld)

hènèrhener

‘deluge’ (eng); ‘stortvloed’ (nld)

hoeloehulu

‘handle, hold’ (eng); ‘heft, steel’ (nld)

hoetëlhutel

‘warts on the face’ (eng); ‘wratten op het aangezicht, die op handen en voeten heeten , verk. van darah ajam’ (nld)

hohatihohati

‘fish with a fishing rod’ (eng); ‘met den hengel visschen’ (nld)

hohatihohati

‘fishing rod, bamboo rod to which wire is attached for fishing’ (eng); ‘de hengelstaak, de bamboes waaraan de draad wordt bevestigd om meê te hengelen’ (nld)

hokhok

‘card game that almost corresponds to commets’ (eng); ‘een kaartspel, dat bijna met commetten overeenkomt’ (nld)

hòsahosa

‘out of breath after running’ (eng); ‘buiten adem zijn na hard loopen’ (nld)

hòtoehotu

‘climb a mountain, go up’ (eng); ‘een berg beklimmen, opgaan’ (nld)

hòtonghotoŋ

‘millet’ (eng); ‘Phaseolus lunatus’ (lat); ‘gierst’ (nld)

Iarësiares

‘luck in selling goods’ (eng); ‘geluk in het verkoopen van goederen’ (nld)

ikan antoruikan antoru

‘ko. fish’ (eng)

ikan ahoehoeikan ahuhu

‘ko. fish’ (eng)

ikan akatoeikan akatu

‘ko. fish’ (eng)

ikan baeikan bae

‘ko. fish’ (eng)

ikan banderaikan bandera

‘ko. fish’ (eng)

ikan bobaraikan bobara

‘ko. fish’ (eng)

ikan boenggiikan buŋɡi

‘ko. fish’ (eng); ‘Anabas scandens’ (lat); ‘een soort visch’ (nld)

ikan bolanaikan bolana

‘ko. fish’ (eng)

ikan damarikan damar

‘ko. fish’ (eng)

ikan doerianikan durian

‘ko. fish’ (eng)

ikan esil-esilikan esil-esil

‘ko. fish’ (eng)

ikan garopaikan ɡaropa

‘ko. fish’ (eng)

ikan gatjaikan ɡatʃa

‘ko. fish’ (eng)

ikan goemaroeikan ɡumaru

‘ko. fish’ (eng)

ikan goraraikan ɡorara

‘ko. fish’ (eng)

ikan haleharikan halehar

‘ko. fish’ (eng)

ikan kaloenaikan kaluna

‘ko. fish’ (eng)

ikan kawalinjaikan kawaliɲa

‘ko. fish’ (eng)

ikan komoeikan komu

‘ko. fish’ (eng)

ikan lidahikan lidah

‘ko. thin small fish’ (eng); ‘een kleine smalle visch’ (nld)

ikan loelamonikan lulamon

‘ko. fish’ (eng)

ikan lololiikan lololi

‘ko. fish’ (eng)

ikan lompaikan lompa

‘ko. fish’ (eng)

ikan makeiikan makei

‘ko. fish’ (eng)

ikan masa keringikan masa keriŋ

‘ko. fish’ (eng)

ikan masarinaikan masarina

‘ko. fish’ (eng)

ikan mata boelanikan mata bulan

‘ko. fish’ (eng)

ikan pampangikan pampaŋ

‘ko. fish’ (eng)

ikan piskadaikan piskada

‘ko. fish’ (eng)

ikan salmanetiikan salmaneti

‘ko. fish’ (eng)

ikan samandarikan samandar

‘ko. fish’ (eng)

ikan sikoedaikan sikuda

‘ko. fish’ (eng)

ikan silapaikan silapa

‘ko. fish’ (eng)

ikan singarokikan siŋarok

‘ko. fish’ (eng)

ikan sisirikan sisir

‘ko. fish’ (eng)

ikan tamparikan tampar

‘ko. fish’ (eng)

ikan tamparikan tampar

‘ko. thin small fish’ (eng); ‘een kleine smalle visch’ (nld)

ikan tanidingikan tanidiŋ

‘ko. fish’ (eng)

ikan tatihoeikan tatihu

‘ko. fish’ (eng)

ikan tatoeikan tatu

‘ko. fish’ (eng)

ikan tatoemboeikan tatumbu

‘ko. fish’ (eng)

ikan toein-toeinikan tuin-tuin

‘ko. fish’ (eng)

ikan toemboeikan tumbu

‘ko. fish’ (eng)

ikan wekaikan weka

‘ko. fish’ (eng)

ikotikot

‘follow, follow someone’ (eng); ‘iemand volgen, achternaloopen’ (nld)

ilèile

‘woven basket, which is carried on the back’ (eng); ‘gevlochten mand, die op den rug gedragen wordt’ (nld)

ilëriler

‘sharpen knife’ (eng); ‘slijpen van messen’ (nld)

indjaindʒa

‘emergence of the rice grains from the ears, takes place in the gardens before the paddy is transported home’ (eng); ‘indjak, indjang padi’ (ind); ‘het uittreden der padiekorrels uit de aren, wat in de tuinen geschiedt, vóór dat de padie naar huis wordt overgebracht’ (nld)

iris fiolairis fiola

‘play the violin’ (eng); ‘op de viool spelen’ (nld)

isi bakarisi bakar

‘tenderloin of animals’ (eng); ‘het haasje van dieren’ (nld)

isi hatoeisi hatu

‘kidney’ (eng); ‘de nieren’ (nld)

istopistop

‘fill holes or tears in clothes’ (eng); ‘het stoppen van gaten of scheuren in kleederen’ (nld)

istòpistop

‘stop’ (eng); ‘stoppen’ (nld)

istòriistori

‘speak, converse’ (eng); ‘spreken, praten’ (nld)

istori bekin panas hatiistori bekin panas hati

‘make someone angry’ (eng); ‘iemand kwaad maken’ (nld)

istori parlentéistori parlente

‘speak lies, lie’ (eng); ‘leugentaal spreken’ (nld)

jabajaba

‘ko. eagle with white breast and white head’ (eng); ‘een soort kiekendief met witte borst en witten kop’ (nld)

kaka

‘or (by contrast)’ (eng); ‘of (bij tegenstelling)’ (nld)

kaärkaar

‘gathering of fish so that the water begins to foam’ (eng); ‘het samenscholen van visschen, zoodat het water begint te schuimen’ (nld)

kabaja tjitkabaja tʃit

‘chintz shirt’ (eng); ‘een chitsen kabaai’ (nld)

kabangkalankabaŋkalan

‘choke (especially of liquids)’ (eng); ‘verslikken, meer speciaal van vloeistoffen’ (nld)

kabarësikabaresi

‘courageous, brave, in a less favorable sense most similar to boast’ (eng); ‘moedig, dapper, in eene minder gunstige beteekenis het meest overeenkomende met bluffen’ (nld)

kadérakadera

‘chair’ (eng); ‘stoel’ (nld)

kadéra pikoelkadera pikul

‘palanquin’ (eng); ‘draagstoel’ (nld)

kadihoekadihu

‘ornamental plant’ (eng); ‘Codiaeum variegatum’ (lat); ‘een sierplant’ (nld)

kadoekadu

‘strips woven from sago leaves with which a room is closed in the event of a door missing’ (eng); ‘van sagoebladeren gevlochten strooken, waarmede bij gemis van deur een vertrek wordt afgesloten’ (nld)

kafarinjoekafariɲu

‘old Portuguese dance’ (eng); ‘een oude Portugeesche dans’ (nld)

kain djanélakain dʒanela

‘window curtains’ (eng); ‘venstergordijnen’ (nld)

kain oeté-oetékain ute-ute

‘old sarongs, which were made by the population in all kinds of colors. The daughters of the Regents wore a special model with black edges’ (eng); ‘oude sarongs, die met allerlei kleuren door de bevolking werden vervaardigd. De dochters der Regenten droegen een bijzonder model met zwarte randen’ (nld)

kain panaskain panas

‘woollen blanket’ (eng); ‘wollen deken’ (nld)

kain pikolkain pikol

‘ko. salendang made of black cotton worn over the left shoulder by the female members on Sundays in church’ (eng); ‘een soort salendang van zwart katoen door de vrouwelijke lidmaten des zondags in de kerk over den linker schouder gedragen’ (nld)

kaitkait

‘hooked’ (eng); ‘vastgehaakt’ (nld)

kàkakaka

‘afterbirth’ (eng); ‘de nageboorte’ (nld)

kakahërkakaher

‘high edges of a fan, which is made of the wood of kakaher palm, and which fan serves to air the sago flour before it reaches the gosò-gosò(eng); ‘de hooge randen van eene wan, die van het hout van kakaherpalm vervaardigd worden, en welke wan dient om het sagoemeel te luchten, vóór dat het op de gosò-gosò komt’ (nld)

kakalikakali

‘ko. nymphaeifolia, the bulbs are used as pig food’ (eng); ‘var. de Nymphaeifolia, de knollen van deze dienen tot varkensvoeder’ (nld)

kàkarwalankakarwalan

‘twilight’ (eng); ‘schemering’ (nld)

kaki taboekakaki tabuka

‘stand with your legs wide apart’ (eng); ‘met de beenen wijd van elkaar staan’ (nld)

kaki taparégoekaki tapareɡu

‘clubfoot’ (eng); ‘horrelvoet’ (nld)

kaki tasaiahkaki tasaiah

‘sprain, twist (of foot)’ (eng); ‘verstuiken, verzwikken van den voet’ (nld)

kakojakakoja

‘ko. tree, the leaves of which are woven into martens, which are placed somewhere to protect them from being fooled when it rains’ (eng); ‘een boom, waarvan de bladeren tot marten gevlochten worden, die men ergens op legt om bij regen voor nar worden te behoeden’ (nld)

kakopangkakopaŋ

‘betel box of tikar leaves’ (eng); ‘sirihdoos van tikarbladeren’ (nld)

kalamoemoerkalamumur

‘flakes on the head’ (eng); ‘schilfers op het hoofd’ (nld)

kalamojangkalamojaŋ

‘ko. earwigs which is quite long’ (eng); ‘eene soort oorwormen, die tamelijk lang zijn’ (nld)

kalawaikalawai

‘barb’ (eng); ‘wêerhaak’ (nld)

kalawatirkalawatir

‘fermented palm drink, is obtained by fermenting sageiro and is widely consumed in the interior’ (eng); ‘koolwater, wordt door overhaling van gegiste sageiro verkregen en in de binnenlanden veel gedronken’ (nld)

kalësankalesan

‘trousers’ (eng); ‘broek’ (nld)

kalësan golpikalesan ɡolpi

‘dress pants’ (eng); ‘een gekleede broek’ (nld)

kalësan tidorkalesan tidor

‘pyjama pants’ (eng); ‘slaapbroek’ (nld)

kalitjikalitʃi

‘ko. plant whose seeds are often used by children to play marbles, made by cutting away the marble lying on the closed left hand with the thumb and index finger of the right hand’ (eng); ‘Guilandina bonduc’ (lat); ‘[plant], de zaden worden door kinderen veel gebezigd om mede te knikkeren, herwelk geschiedt door de op de gesloten linkerhand liggende knikker met duim en wijsvinger der rechterhand weg te knippen’ (nld)

kalokakaloka

‘of a coconut which detaches itself from the bark’ (eng); ‘van eene kalapavrucht, die uit zich zelf van de bast loslaat’ (nld)

kalongkongkaloŋkoŋ

‘coconut shell which is not yet hard’ (eng); ‘een kalapadop, die nog niet hard is’ (nld)

kalorkalor

‘bald’ (eng); ‘kaal’ (nld)

kambòtikamboti

‘basket of coconut or gemoeti leaves’ (eng); ‘een mand van kalapa of gemoeti-bladeren’ (nld)

kampindjangkampindʒaŋ

‘bell which is rung by pulling a rope’ (eng); ‘een klok, waarbij de klepel met een touw in beweging wordt gebracht’ (nld)

kampongkampoŋ

‘neighborhoods where the citizens live’ (eng); ‘wijken, waar de burgers wonen’ (nld)

kan waja-wajakan waja-waja

‘smoked fish’ (eng); ‘ikan asar’ (ind)

kanakana

‘jug’ (eng); ‘kruik’ (nld)

kandjolikandʒoli

‘piece of cotton wound around the end of a stem of gaba-gaba, which when dipped in oil is used to light lamps’ (eng); ‘een stuk katoen, om het uiteinde van een steel van gaba-gaba gewonden, dat, in olie gedoopt, dient om lampen aan te steken’ (nld)

kantjing talingakantʃiŋ taliŋa

‘mandibular joint’ (eng); ‘het onderkaaksgewricht’ (nld)

kapadokapado

‘cut off the top of plants or trees’ (eng); ‘het toppen van planten of boomen’ (nld)

kapala maroetoekapala marutu

‘hard head (of someone who has difficulty learning)’ (eng); ‘een harde kop, van iemand die moeilijk leert’ (nld)

kapala soakapala soa

‘head of the districts into which a village is divided’ (eng); ‘hoofden der wijken, waarin eene negorij is verdeeld’ (nld)

karaëkarae

‘white cucumber’ (eng); ‘de witte komkommer’ (nld)

karahikarahi

‘of someone who has lost his eyelids through injury or illness’ (eng); ‘van iemand, zie zijne oogleden verloren heeft door verwonding of ziekte’ (nld)

karbokarbo

‘cow’ (eng); ‘koe’ (nld)

karéalakareala

‘ko. wild starfruit on which stick insects are found’ (eng); ‘Elaeocarpus edulis’ (lat); ‘een soort wilde balimbing, waarop de wandelende bladen voorkomen’ (nld)

karing-karingkariŋ-kariŋ

‘small fishing net used by two people’ (eng); ‘een klein vischnet, dat door twee personen gehanteerd wordt’ (nld)

karnikoekarniku

‘ko. game played with the kneecap of a goat, which is thrown along a stick on the ground, and where one bets whether it will fall on the concave or convex side: is a child's game in A.’ (eng); ‘een spel met de knieschijf eener geit, die langs een stokje wordt op den grond geworpen, ,en waarbij men wedt of het op de holle of bolle zijde zal vallen: is te A. een kinderspel’ (nld)

karpoeskarpus

‘cap’ (eng); ‘muts’ (nld)

kartoekartu

‘playing cards’ (eng); ‘speelkaarten’ (nld)

kasih figirkasih fiɡir

‘call the different figures when dancing the quadrille’ (eng); ‘het afroepen van de verschillende figuren bij het dansen der quadrille’ (nld)

kaskënikërkaskeniker

‘castanets, still used Saparua for some dances’ (eng); ‘castagnetten, op Saparoea bij enkele dansen nog in zwang’ (nld)

kaso anakkaso anak

‘other smaller slats to which the thatch is attached’ (eng); ‘de kleinere andere latten, waaraan de atap is vastgemaakt’ (nld)

kaso maikaso mai

‘rafter, large bamboo slat’ (eng); ‘de groote benedenste bamboeslat’ (nld)

katangkataŋ

‘crab’ (eng); ‘krabbe’ (nld)

katiakkatiak

‘armpit’ (eng); ‘okselholte’ (nld)

katjikatʃi

‘k.o. knife (usually, however, the pinang is cut into pieces with a knife)’ (eng); ‘katjip’ (ind); ‘gewoonlijk wordt de pinang echter met een mes aan stukken gesneden’ (nld)

kau-kaukau-kau

‘not fully cooked (of food)’ (eng); ‘van spijzen, die nog niet gaar gekookt zijn’ (nld)

kawàkawa

‘kawat’ (ind)

kawin hartakawin harta

‘marriage concluded in this way’ (eng); ‘een huwelijk dat op die wijze gesloten wordt’ (nld)

këdalkedal

‘ko. leprosy with cracks in the skin and subsequent loss of the limbs’ (eng); ‘een soort melaatschheid met scheuren in de huid en opvolgend verlies der ledermaten’ (nld)

kei-keikei-kei

‘coarse fibres of the pith of the sago and goemoetoe palm’ (eng); ‘de grove vezels van het merg van den sagoe- en goemoetoepalm’ (nld)

kékoekeku

‘wear on the head’ (eng); ‘op het hoofd dragen’ (nld)

kélékele

‘tickle’ (eng); ‘kilik’ (ind)

këlikeli

‘hiss of a lamp that threatens to go out, crackle of wet wood’ (eng); ‘het sissen van een lamp, die dreigt uit te gaan, ook het knetteren van nat hout’ (nld)

këli-këli matakeli-keli mata

‘wink’ (eng); ‘knipoogen’ (nld)

këloejoekeluju

‘shark, someone who is blind in one eye’ (eng); ‘haai, van iemand, die aan een oog blind is’ (nld)

këmoeningkemuniŋ

‘[plant], the wood is used to make kris handles, which cost from ƒ3 to ƒ7’ (eng); ‘Murraya sumatrana’ (lat); ‘[plant], het hout wordt gebezigd tot vervaardiging van krisheften, die van ƒ3 tot ƒ7 kosten’ (nld)

kënalkenal

‘strike, afflict’ (eng); ‘kena’ (ind)

kénoekenu

‘get old (of a sago or gumutu tree)’ (eng); ‘van een sagoe- of goemoetoe-boom, die reeds oud begint te worden’ (nld)

këntangkentaŋ

‘potato’ (eng); ‘aardappel’ (nld)

këntarkentar

‘sing psalms’ (eng); ‘psalmzingen’ (nld)

képëngkepeŋ

‘money’ (eng); ‘geld’ (nld)

kérankeran

‘mother of pearl’ (eng); ‘paarlemoer’ (nld)

këroeskerus

‘skinny’ (eng); ‘koeroes’ (ind)

kérong-kérongkeroŋ-keroŋ

‘said of linens, skin color of animals, in short everything that corresponds to the scales of the fish of the same name. Also said ofsaidsomeone who wanders drunkenly along the road’ (eng); ‘van lijnwaden, huidskleur van dieren, in het kort alles wat overeenkomt met de schubben van den gelijknamigen visch. Ook van iemand, die dronken langs den weg loopt te zwieren’ (nld)

kèskes

‘monkey’ (eng); ‘aap’ (nld)

kès poen telor per sékes pun telor per se

‘mean swear word’ (eng); ‘een gemeen scheldwoord’ (nld)

këtapangketapaŋ

‘Tropical almond’ (eng); ‘Terminalia catappa’ (lat)

kewelkewel

‘talk, chat’ (eng); ‘praten, kletsen’ (nld)

kinarkinar

‘ko. soft wood, whose root leaves have a beautiful pattern, and are therefore often used for the manufacture of furniture’ (eng); ‘een zachte houtsoort, maar waarvan de wortelbladen prachtig gevlamd zijn, en dus dikwerf tot vervaardiging van meubels dienen’ (nld)

kobonkobon

‘garden’ (eng); ‘këbon’ (ind)

kodokkodok

‘frog’ (eng); ‘kikvorsch’ (nld)

koeda orangkuda oraŋ

‘carry someone on their shoulders’ (eng); ‘iemand op de schouders dragen’ (nld)

koekoekuku

‘long piece of bamboo used to stab something, e.g. fruits of a tree, stabbing itself’ (eng); ‘een lange bamboes om iets af te steken, b.v. vruchten van een boom, het steken zelf’ (nld)

koelit kalapakulit kalapa

‘fibrous material of a coconut husk’ (eng); ‘het vezelachtig weefsel van den kalapadop’ (nld)

koeminkumin

‘flower sheath of the coconut palm’ (eng); ‘de bloemscheede van den kokospalm’ (nld)

koepang béjakupaŋ beja

hasiel money, court tax of 5 guilders’ (eng); ‘hasielgelden, de hoffdelijke belasting van ƒ 5’ (nld)

koepoe-koepoekupu-kupu

‘butterfly, moth’ (eng); ‘vlinder, kapel’ (nld)

koeroengankuruŋan

‘pig or duck coop’ (eng); ‘een varkens- of eendenhok’ (nld)

koeroeskurus

‘thin’ (eng); ‘mager’ (nld)

koesoekusu

‘marsupial, cuscus’ (eng); ‘een buideldier, coescoes’ (nld)

kohoe-kohoekohu-kohu

‘dish consisting of small fish (in Ambon ikan poeri), which are stripped of bones and innards and mixed with lemon juice, chili pepper and sometimes other seasonings’ (eng); ‘een gerecht, bestaande uit kleine vischjes (te Ambon ikan poeri), die van graten en ingewanden ontdaan met lemoensap, spaansche peper en soms nog andere kruiderijen vermengd worden’ (nld)

kokéhé térènkokehe teren

‘consumption, tuberculosis’ (eng); ‘tering’ (nld)

kokotánkokotan

‘ko. small beetle that lives in loose sand’ (eng); ‘eene eigenaardige soort kleine torren, die zich in mul zand ophouden’ (nld)

kolònëkolone

‘old dance, in which the dancing couples face each other in two long rows’ (eng); ‘een oude dans, de dansende paren staan tegenover elkaar in twee lange reien’ (nld)

kòlong soesoekoloŋ susu

‘fragipani tree’ (eng); ‘de kambodjaboom’ (nld)

komadrëkomadre

‘female witness at baptism’ (eng); ‘vrouwelijke getuige bij den doop’ (nld)

kompadrëkompadre

‘male witness at baptism’ (eng); ‘mannelijke getuige bij den doop’ (nld)

kondisikondisi

‘condition’ (eng); ‘conditie’ (nld)

konengkoneŋ

‘conjunction: that’ (eng); ‘het voegw. dat’ (nld)

kongkoŋ

‘conjunction: that’ (eng); ‘het voegw. dat’ (nld)

kontërboskonterbos

‘contribution to the shooting fund’ (eng); ‘de contributie aan de schutterskas’ (nld)

koopmankoopman

‘ko. card game: some, usually four, cards are turned over, the highest wins’ (eng); ‘een soort kaartspel: eenige, gewoonlijk vier, kaarten worden gekeerd, de hoogste wint’ (nld)

kordèrkorder

‘agree’ (eng); ‘accordeeren’ (nld)

koré tanahkore tanah

‘root in the ground (of a pig)’ (eng); ‘wroeten in den grond van een varken’ (nld)

korkoepingkorkupiŋ

‘hair pin, ear pick’ (eng); ‘haarpen, oorpeuter’ (nld)

korókoro

‘wrinkled (of skin), wrinkled (of clothes)’ (eng); ‘gerimpeld van de huid, ook gekreukeld van kldeederen’ (nld)

korporàlkorporal

‘surprised’ (eng); ‘verbast’ (nld)

kortjatjikortʃatʃi

‘earth spirits or gnome men who live in the trees’ (eng); ‘aardgeesten of kaboutermannetjes, die zich in de boomen ophouden’ (nld)

kwartokwarto

‘conscripts in the Regenren der Ambon negorijs: their number varies’ (eng); ‘dienstplichtigen bij de Regenten der Ambonsche negorijen: hun getal verschilt naar het aantal soa's’ (nld)

laboe meirahlabu meirah

‘bottle gourd’ (eng)

lagaré orang poenja baranglaɡare oraŋ puɲa baraŋ

‘praise someone's goods in order to get something from him’ (eng); ‘iemands goederen prijzen om wat van hem te krijgen’ (nld)

lajang-lajanglajaŋ-lajaŋ

‘kite’ (eng); ‘vlieger’ (nld)

lakailakai

‘red ant with long legs, only found on kalapa trees’ (eng); ‘roode mier met lange pooten, die alleen op kalapaboomen voorkomt’ (nld)

lakarélakare

‘device for placing pans so that they do not fall over’ (eng); ‘een toestel om pannen in te plaatsen, dat ze niet omvallen’ (nld)

landjarlandʒar

‘strands of rope’ (eng); ‘vieren van touw’ (nld)

lanoenlanun

‘pirate’ (eng); ‘zeeroover’ (nld)

laòlao

‘forest cat, much like a tinggalong, but longer in body and tail’ (eng); ‘een boschkat, veel overeenkomende met tinggalong, maar langer van lijf en staart’ (nld)

laòrlaor

‘long worms which are found on the beach’ (eng); ‘lange wormen, die aan het strand voorkomen’ (nld)

laoringlaoriŋ

‘black poison snake that lives in rotten tree trunks’ (eng); ‘een zwarte giftslang, die zich in vermolmde boomstammen ophoudt’ (nld)

lapar garamlapar ɡaram

‘small pimples behind the ears and on the back’ (eng); ‘kleine puistjes achter de ooren en op den rug’ (nld)

laroelaru

‘big red ant’ (eng); ‘groote roode mier’ (nld)

lasoelasu

‘pull back foreskin’ (eng); ‘het terughalen van het praeputium’ (nld)

lasonglasoŋ

‘mortar’ (eng); ‘lësoeng’ (ind)

lasonilasoni

‘rice block’ (eng); ‘rijstblok’ (nld)

latlat

‘late’ (eng); ‘laat’ (nld)

latarlatar

‘make notches in a tree truck to use as foot holds when climbing up’ (eng); ‘het maken van inkeepingen in een boornstam, om bij het naar boven klimmen de voeten te laten rusten’ (nld)

latjinlatʃin

‘ko. fruit tree’ (eng); ‘Nephelium sp.?’ (lat); ‘een vruchtboom’ (nld)

lawasirilawasiri

‘swim back and forth around some bait (of fish)’ (eng); ‘van visch, die rond eenig aas heen en weêr zwemt’ (nld)

lawèrlawer

‘navigate’ (eng); ‘laveeren’ (nld)

légo-légoleɡo-leɡo

‘make all kinds of graceful movements when dancing’ (eng); ‘het maken van allerlei sierlijke bewegingen bij het dansen.’ (nld)

leiposéleipose

‘someone who tricks, fools or deceives someone else, and in the meantime benefits from it’ (eng); ‘iemand die een ander fopt, voor den gek houdt of beet neemt, en daarmede intusschen zijn voordeel doet’ (nld)

lémalema

‘ko. fish’ (eng); ‘een bekende vischsoort’ (nld)

lémonlemon

‘lime’ (eng); ‘Citrus sp.’ (lat); ‘limoen’ (nld)

lemon itamlemon itam

‘ko. lemon’ (eng)

lemon karbowlemon karbow

‘ko. lemon’ (eng)

lemon koeramaslemon kuramas

‘ko. lemon’ (eng)

lemon maslemon mas

‘ko. lemon’ (eng)

lemon papédalemon papeda

‘ko. lemon’ (eng)

lénalena

‘walk along the beach’ (eng); ‘langs het strand loopen’ (nld)

lènërlener

‘place that a pig prepares for giving birth’ (eng); ‘de plaats, die een varken gereed maakt om te werpen’ (nld)

lènëtlenet

‘place that a pig prepares for giving birth’ (eng); ‘de plaats, die een varken gereed maakt om te werpen’ (nld)

lènsolenso

‘cloth, handkerchief’ (eng); ‘doek, zakdoek’ (nld)

1 2 3