OUTOFPAPUA database: Lexicons of the West Papuan language area

Kijne (nd g): Wamesa Wandamen

Original citation: Kijne, Isaak S. no date. Voorlopige woordenlijst Wandammens-Nederlands. Unpublished typescript. Leiden University Special Collections, Isaak Samuel Kijne Collection, Or. 421, Folder 15.
Notes on this source: Edited and translated by Antoinette Schapper and Anne van Schie.

Search entries

Total entries: 2955
1 2 3
Headword IPA Glosses
aburi kambaaburi kamba

‘game whereby the players are not allowed to look at each other at the same time’ (eng); ‘na stuivertje wisselen gespeeld spel, waarbij men elkaar niet tegelijk mag aankijken’ (nld)

adia betapapiaraadia betapapiara

‘spark, sparks’ (eng); ‘vonk, vonken’ (nld)

adia kajaweiadia kajawei

‘glowing piece of wood used to illuminate one's path’ (eng); ‘zwaaihout, gloeiend hout om weg te belichten’ (nld)

adia ririauadia ririau

‘soot’ (eng); ‘roet’ (nld)

adiari bataadiari bata

‘surf, ride on surf’ (eng); ‘op branding rijden’ (nld)

adiatadiat

‘fish with torch’ (eng); ‘vissen met fakkel’ (nld)

adiawadiaw

‘hear, understand’ (eng); ‘horen, verstaan’ (nld)

aduataduat

‘go in search of, sneak after, hunt without dogs, look at’ (eng); ‘speuren, besluipen, jagen zonder honden, aankijken’ (nld)

adunadun

‘get food from another place, load a canoe’ (eng); ‘voedsel halen in een andere plaats, een prauw beladen’ (nld)

aeae

‘leg (body part)’ (eng); ‘been (lichaamsdeel)’ (nld)

ae karuae karu

‘shin’ (eng); ‘scheen’ (nld)

ae raoae rao

‘ankle’ (eng); ‘enkel’ (nld)

ae reuae reu

‘footprint’ (eng); ‘voetstapspoor’ (nld)

ae tatoae tato

‘lame’ (eng); ‘kreupel’ (nld)

ae wairae wair

‘leg tendons’ (eng); ‘beenpezen’ (nld)

ae woriwarae woriwar

‘fall asleep (of leg)’ (eng); ‘slapen van been (door wori getroffen)’ (nld)

aebaaeba

‘sole of the foot’ (eng); ‘voetzool’ (nld)

aebuaebu

‘knee’ (eng); ‘knie’ (nld)

aedaaeda

‘exclamation of pain, fright’ (eng); ‘uitroep van pijn, schrik’ (nld)

aekamaiaekamai

‘ankle joint’ (eng); ‘enkelgewricht’ (nld)

aekarubabaaekarubaba

‘rub (of the foot)’ (eng); ‘wreef van de voet’ (nld)

aekiaiaekiai

‘toe’ (eng); ‘teen’ (nld)

aesiniaaesinia

‘tibia, shinbone’ (eng); ‘scheenbeen’ (nld)

aetieiaetiei

‘pincer of crab’ (eng); ‘schaar van een krab’ (nld)

aetubapuiaetubapui

‘heel’ (eng); ‘hiel’ (nld)

aeworiwaraeworiwar

‘fall asleep, go numb (of the leg)’ (eng); ‘slapen van het been’ (nld)

ageraɡer

‘small red cannna plant, round fruits of the canna plants’ (eng); ‘kleine rode canna, de ronde vruchtjes daarvan’ (nld)

aiai

‘bunch of bananas’ (eng); ‘bananentros’ (nld)

aiai

‘tree, wood’ (eng); ‘boom, hout’ (nld)

ai kondoai kondo

‘crossbeam (in canoe or sago rinsing trough)’ (eng); ‘dwarshout in prauwlichaam, dwarsblak, ook in sagobezinkbak’ (nld)

ai paraniai parani

‘young trees’ (eng); ‘jonge boompjes’ (nld)

ai pareraai parera

‘wedge’ (eng); ‘wig’ (nld)

ai porokoai poroko

‘crossbeam (with a swing to sit on)’ (eng); ‘dwarshout (bij schommel om op te zitten)’ (nld)

ai ririai riri

‘pole, post’ (eng); ‘paal, stijl’ (nld)

ai saseai sase

‘attachment on fore and/or aft prauw’ (eng); ‘opzetstuk op voor- en/of achterprauw’ (nld)

aiaja auoworoiaiaja auoworoi

‘hornbill’ (eng); ‘jaarvogel’ (nld)

aiasaaiasa

‘prong, bent pieces of wood in the canoe’ (eng); ‘gaffel, kniehouten in de prauw’ (nld)

aiaturiaiaturi

‘tree stump’ (eng); ‘boomstronk’ (nld)

aibabiaibabi

‘magic in order to get a woman’ (eng); ‘tovermiddel om vrouw te krijgen’ (nld)

aibaraaibara

‘wooden handle (e.g. of bailing bucket)’ (eng); ‘houten handvat (bijv. van hoosvat)’ (nld)

aibarabuoaibarabuo

‘beam that connects the house styles from above’ (eng); ‘balk die de huisstijlen van boven verbindt’ (nld)

aibataaibata

‘driftwood, fallen tree’ (eng); ‘drijfhout, omgevallen boom’ (nld)

aibatapareaibatapare

‘rotten wood’ (eng); ‘rot hout’ (nld)

aibekepa uraaibekepa ura

‘bent slat that binds the ura's from above’ (eng); ‘gebogen lat, die de ura's van boven verbindt’ (nld)

aibekumuaraibekumuar

‘araucaria’ (eng); ‘araucaria’ (nld)

aibemuwanaaibemuwana

‘magic to change the wind direction’ (eng); ‘tovermiddel om wind te bezweren’ (nld)

aibepataraibepatar

‘wooden coasters, under box, etc.’ (eng); ‘houten onderleggers, onder kist e.d.’ (nld)

aibeteraibeter

‘wooden or bamboo fork’ (eng); ‘vork van hout of bamboe’ (nld)

aiboaibo

‘pointed crossbeam in a canoe to which the back feet of the mast are attached’ (eng); ‘gepunte dwarsstok in prauw waaraan achterpoten van mast bevestigd zijn’ (nld)

aiboiaiboi

‘bridge, jetty’ (eng); ‘brug, steiger’ (nld)

aibomaibom

‘araucaria’ (eng); ‘araucaria’ (nld)

aibuaibu

‘bundle of atap leaves’ (eng); ‘bundel atapblaren’ (nld)

aibuaibu

‘knothole in wood’ (eng); ‘kwast in het hout’ (nld)

aibuoaibuo

‘heart’ (eng); ‘hart’ (nld)

aibuoaibuo

‘tree with nuts, which are eaten cooked’ (eng); ‘gajang’ (ind); ‘boom met noten, die gekookt gegeten worden’ (nld)

aidapaidap

‘pounding stick for millet or rice’ (eng); ‘stamper voor gierst of rijst’ (nld)

aididinaididin

‘lead by the hand’ (eng); ‘leiden bij de hand’ (nld)

aikakibariaikakibari

‘fire tongs, scorpion’ (eng); ‘vuurtang, schorpioen’ (nld)

aikamaeaikamae

‘young, green wood’ (eng); ‘jong, groen hout’ (nld)

aikambaiaikambai

‘attic beams’ (eng); ‘zolderbalken’ (nld)

aikambireiaikambirei

‘hollow tree’ (eng); ‘holle boom’ (nld)

aikaparaikapar

‘stick to beat off fruits’ (eng); ‘stok om vruchten af te slaan’ (nld)

aikaraiaikarai

‘stick for counting (used among other things to remember the number of goods)’ (eng); ‘telstokjes (o.a. om getal van goederen te onthouden)’ (nld)

aikaruaikaru

‘ridge of the house’ (eng); ‘nok van het huis’ (nld)

aikaweiaikawei

‘strip of bamboo used to bind atap’ (eng); ‘bamboereepje om atap te binden’ (nld)

aikeaike

‘crinum (lily species)’ (eng); ‘crinum (leliesoort)’ (nld)

aikekepanaikekepan

‘bamboo bars with which the ru are attached to the pariari(eng); ‘bamboerepen, waarmee de ru aan de pariari bevestigd is’ (nld)

aikenaaikena

‘stick, pole, etc.’ (eng); ‘stok, paal e.d.’ (nld)

aikepaririaaikepariria

‘fan made of nipa palm, fan for fire’ (eng); ‘waaier van nipahblad, vuurwaaier’ (nld)

aikiaiaikiai

‘fire drill’ (eng); ‘vuurboor’ (nld)

aikiaiaikiai

‘k.o. small tree with long spring-shaped leaves’ (eng); ‘kleine boomsoort met lange veervormige bladeren’ (nld)

aikoaiko

‘tube snail (in the seabed in upright calcareous tubes)’ (eng); ‘buisslak (in zeebodem in rechtopstaande kalkbuizen)’ (nld)

aikondoaikondo

‘thwarts in canoe, cross-bram in sago trough etc’ (eng); ‘dwarshout in prauw, in sagobezinkbak e.d.’ (nld)

aikoriaikori

‘massoi tree’ (eng); ‘massooi’ (nld)

aikraaikra

‘chest, box, tangle (of thread or rope)’ (eng); ‘kist, kistje, klos van garen of touw’ (nld)

aimamunaaimamuna

‘amulet’ (eng); ‘amulet’ (nld)

aimasaaimasa

‘firewood’ (eng); ‘brandhout’ (nld)

aimoraimor

‘ko. round gourd’ (eng); ‘soort kalebas (rond)’ (nld)

aimoraimor

‘small wooden balls for counting’ (eng); ‘houten rekenballetjes’ (nld)

aimuaimu

‘fruit trees (collective noun), all’ (eng); ‘vruchtbomen (verzamelwoord), allemaal’ (nld)

ainandawaainandawa

‘round logs on which drag a canoe forward’ (eng); ‘ronde houten om een prauw op voort te slepen’ (nld)

ainandowaiainandowai

‘pointed crossbeam in a canoe to which the back feet of the mast are attached’ (eng); ‘gepunte dwarsstok in prauw waaraan achterpoten van mast bevestigd zijn’ (nld)

aingganggamanaiŋɡaŋɡaman

‘dry branches’ (eng); ‘droge takken’ (nld)

aiosaaiosa

‘pegs for smoking fish’ (eng); ‘klemhoutjes voor rookvis’ (nld)

aipapaaipapa

‘slave block’ (eng); ‘slavenblok’ (nld)

aipiraaipira

‘divination instrument (can swing or shake)’ (eng); ‘wichelmiddel (dat moet schommelen of schudden)’ (nld)

airaboairabo

‘tree trunk’ (eng); ‘boomstam’ (nld)

airamuaairamua

‘piece of glowing wood that is taken along with one to have fire’ (eng); ‘stuk gloeiend hout dat wordt meegenomen om vuur bij zich te hebben’ (nld)

airarairar

‘magic potion to get a lot of goods’ (eng); ‘tovermiddel om veel goederen te krijgen’ (nld)

airaraairara

‘wooden plank for the hanging up of festive food’ (eng); ‘lat voor ophanging van feesteten (bij riaretena)’ (nld)

airauairau

‘herbs, medicines’ (eng); ‘kruiden, geneesmiddelen’ (nld)

airauairau

‘victory branch’ (eng); ‘overwinningstak’ (nld)

airawaairawa

‘tree bark (also to ferment palm wine)’ (eng); ‘boomschors (ook om palmwijn te doen gisten)’ (nld)

airawiairawi

‘medicine, treetop, sea lily’ (eng); ‘geneesmiddel, boomkruin, zeelelie’ (nld)

aire sasuruaire sasuru

‘boys' floating fishing rods’ (eng); ‘drijverhengeltjes van jongens’ (nld)

airerairer

‘cross beams over the floor joists’ (eng); ‘dwarshouten over de vloerbinten’ (nld)

aiririairiri

‘wood poles, posts (including under the house)’ (eng); ‘houtstijlen, palen (o.a. onder het huis)’ (nld)

airiri returiairiri returi

‘remains of house posts in an abandoned village’ (eng); ‘resten van huisstijllen op verlaten woonplaats’ (nld)

airiwanairiwan

‘wooden headrest’ (eng); ‘houten hoofdsteun’ (nld)

airoraairora

‘stick, club, bark beater’ (eng); ‘stok, knuppel, klopper voor boomschors’ (nld)

aisabaaisaba

‘trestle’ (eng); ‘schraaghout’ (nld)

aisabioriaisabiori

‘k.o. tree with large leaves used for firewood’ (eng); ‘grootbladige boom voor brandhout’ (nld)

aisapiaisapi

‘elephant foot yam’ (eng); ‘Amorphophallus campanulatus’ (lat)

aisaseaisase

‘attachment, front or back of the prahu’ (eng); ‘opzetstuk, voor of achter op de prauw’ (nld)

aisasunaisasun

‘wooden nail in gaba-gaba planks in a canoes, wooden needle for weaving’ (eng); ‘houten spijker in gaba-gababoorden van de prauw, houten vlechtnaald’ (nld)

aisawaiaisawai

‘Tiger's Claw tree’ (eng); ‘dadapboom’ (nld)

aisiniaaisinia

‘ancestors’ (eng); ‘voorouders’ (nld)

aisiokiaisioki

‘regular tablespoon’ (eng); ‘gewone eetlepel’ (nld)

aisoanaaisoana

‘pestle to pound sago flour in a pack’ (eng); ‘stamper om sagomeel in pak aan te stampen’ (nld)

aisoriaisori

‘pestle, mortar (for wheat, rice)’ (eng); ‘stamper, stampstok (voor gierst, rijst)’ (nld)

aisuoaisuo

‘main pole or upright for a house’ (eng); ‘hoofdstijl, middenpaal onder voorhuisdak’ (nld)

aitabataitabat

‘crossbeam, cross’ (eng); ‘dwarshout, ra, kruis’ (nld)

aitaraaitara

‘magic potion’ (eng); ‘tovermiddel’ (nld)

aitatanamiaitatanami

‘things growing in a garden’ (eng); ‘tuingewassen’ (nld)

aitateriaitateri

‘skewer for cooked tubers’ (eng); ‘pikstokje voor gekookte aardvruchten’ (nld)

aitatonaitaton

‘staff, walking stick’ (eng); ‘staf, wandelstok’ (nld)

aitawaaitawa

‘common name for amulet’ (eng); ‘algemene naam voor amulet’ (nld)

aitetaaiteta

‘relationship between two wives of the same man, co-spouse’ (eng); ‘relatie tussen twee vrouwen van een man, medeechtgenote’ (nld)

aiwataaiwata

‘k.o. tree with smooth, feathery leaves’ (eng); ‘boom met gevederde gladde bladeren’ (nld)

aiworawaiaiworawai

‘small hook with coconut shell used as a tool to dig clams from the sand’ (eng); ‘sikkeltje met klapperdop om schelpjes uit zand te krabben’ (nld)

aiworiaiwori

‘banyan’ (eng); ‘waringin’ (nld)

ajaaja

‘at that time, so long as’ (eng); ‘de tijd dat, zo lang’ (nld)

ajaaja

‘bird’ (eng); ‘vogel’ (nld)

ajaaja

‘decorate the ear’ (eng); ‘het oor versieren’ (nld)

ajaaja

‘small oyster shell’ (eng); ‘klein oesterschelpje’ (nld)

aja aikenaaja aikena

‘bird of paradise’ (eng); ‘paradijsvogel’ (nld)

aja biraraaja birara

‘k.o. wild fowl’ (eng); ‘soort boskip’ (nld)

aja biraraaja birara

‘wild fowl’ (eng); ‘boskip’ (nld)

aja diruaja diru

‘flying fox’ (eng); ‘kalong’ (ind); ‘vliegende hond’ (nld)

aja pasamai raroaja pasamai raro

‘songbird in the bamboo forests, beautiful melody’ (eng); ‘zangvogel in de bamboebossen, mooie melodie’ (nld)

aja watanaja watan

‘bird of paradise’ (eng); ‘paradijsvogel’ (nld)

ajabesabororiajabesaborori

‘k.o. bird’ (eng); ‘fluitvogeltje’ (nld)

ajabesaborori dieajabesaborori die

‘whistling bird announcing the low tide’ (eng); ‘fluitvogeltje dat de eb aankondigt’ (nld)

ajabiainaajabiaina

‘water bird that eats sago scraps’ (eng); ‘watervogel die sagorapsel eet’ (nld)

ajaiajai

‘upwards’ (eng); ‘naar boven’ (nld)

ajameajame

‘k.o. sago with small thorns’ (eng); ‘soort sagoboom met weinig dorens’ (nld)

ajanuajanu

‘k.o. pigeon’ (eng); ‘duifsoort’ (nld)

ajapariajapari

‘charred from food, therefore inedible’ (eng); ‘verkoold van voedsel, daardoor oneetbaar’ (nld)

ajasajas

‘entwine’ (eng); ‘omstrengelen’ (nld)

ajasajas

‘ribs of a roof’ (eng); ‘daksparren’ (nld)

ajasajas

‘shipworm’ (eng); ‘paalworm’ (nld)

ajiaji

‘exclamation of pain, disgust, shock’ (eng); ‘uitroep van pijn, afkeer, schrik’ (nld)

ajoajo

‘exclamation of joy’ (eng); ‘uitroep van plezier’ (nld)

ajorajor

‘fish species’ (eng); ‘vissoort’ (nld)

ajukiajuki

‘ladle made of coconut shell’ (eng); ‘pollepel van klapperdop’ (nld)

akaaka

‘grasp’ (eng); ‘grijpen’ (nld)

akakaakaka

‘feel about’ (eng); ‘rondtasten’ (nld)

akanakakanak

‘jackfruit’ (eng); ‘Artocarpus heterophyllus’ (lat); ‘tjempedak’ (nld)

amaama

‘k.o. tree that grows on the coast’ (eng); ‘strandboomsoort’ (nld)

amaama

‘mother's brother (not a form of address)’ (eng); ‘moedersbroer (niet van aanspreken)’ (nld)

amatamat

‘we, us (exclusive)’ (eng); ‘wij, ons (excl. aangespr. persson)’ (nld)

amauamau

‘sago beater (lit. sago plane)’ (eng); ‘sagoklopper (eig. sagoschaaf)’ (nld)

amaubaraamaubara

‘handle of a sago beater’ (eng); ‘handvat van sagoklopper’ (nld)

amaureamaure

‘actual head (i e., planing part) of a sago beater’ (eng); ‘de eigenlijke schaaf van de sagoklopper’ (nld)

amberamber

‘stranger, not Papuan’ (eng); ‘vreemdeling, niet Papoea’ (nld)

ambokakariambokakari

‘arum, arum lily’ (eng); ‘aronskelk’ (nld)

ambonamaiambonamai

‘wooden harlequin’ (eng); ‘houten harlekijn’ (nld)

amiasamias

‘send, order (of people)’ (eng); ‘zenden, opdragen (van personen)’ (nld)

amisireamisire

‘small white shell’ (eng); ‘klein wit schelpje’ (nld)

amoiamoi

‘father's sister (of speaker)’ (eng); ‘vaderszuster (door spreker)’ (nld)

amoramor

‘kangaroo’ (eng); ‘grondkangeroe’ (nld)

ampeampe

‘main nerve of the sago palm leaf’ (eng); ‘gaba2’ (ind); ‘hoofdnerf van sagoblad’ (nld)

amuamu

‘we both (exclusive)’ (eng); ‘wij beiden (excl. aangespr. persoon)’ (nld)

amumaramumar

‘fly’ (eng); ‘vlieg’ (nld)

amumar buokakeamumar buokake

‘bluebottle fly’ (eng); ‘blauwe bromvlieg’ (nld)

amunggeriamuŋɡeri

‘beetle, bug’ (eng); ‘kever, tor’ (nld)

amuramur

‘net to catch turtles’ (eng); ‘net om schildpad te vangen’ (nld)

anan

‘eat, hit by a weapon, burn, cost’ (eng); ‘eten, getroffen worden door wapen, branden, kosten’ (nld)

anan

‘k.o. skin disease’ (eng); ‘kaskado’ (ind); ‘schubbenziekte’ (nld)

an boroban borob

‘ceremonial food’ (eng); ‘ceremonieel eten’ (nld)

anaana

‘shooting with a bow’ (eng); ‘schieten met boog’ (nld)

anaana

‘thus’ (eng); ‘alzo’ (nld)

ana bisinana bisin

‘sago porridge’ (eng); ‘sagopap’ (nld)

ana gasiaana ɡasia

‘sago cooked in bamboo’ (eng); ‘in bamboe gebakken sago’ (nld)

ana ribuaana ribua

‘touch someone with a shot, graze someone’ (eng); ‘iemand met schampschot raken’ (nld)

ana sabuana sabu

‘shoot through (with arrow)’ (eng); ‘doorschieten (met pijl)’ (nld)

ana suana su

‘package of sago’ (eng); ‘sagopak’ (nld)

ana taraiana tarai

‘sunken sago flour, pith of sago tree’ (eng); ‘bezonken sagomeel, sagomerg’ (nld)

ana toana to

‘that's it, finished’ (eng); ‘zo blijft het nu, afgelopen!’ (nld)

anabararianabarari

‘halved piece of sago stem (after being split)’ (eng); ‘halve sagomoot (na splijting)’ (nld)

anakomboanakombo

‘fragments of the base of a leaf of a sago palm’ (eng); ‘flarden van bladvoeten aan sagopalm’ (nld)

anamanam

‘sago’ (eng); ‘sago’ (nld)

anamuaanamua

‘wild forest sago (near Wosimi)’ (eng); ‘wilde bossago (bij Wosimi)’ (nld)

(anan) tatepu(anan) tatepu

‘very large sago package for celebrations’ (eng); ‘zeer groot sagopak voor feesteten’ (nld)

ananaanana

‘ant’ (eng); ‘mier’ (nld)

anana siatowianana siatowi

‘k.o. game (building a block tower and throwing it over)’ (eng); ‘soort torentje-torentje bussekruit’ (nld)

ananarananar

‘scream’ (eng); ‘schreeuwen’ (nld)

anandoianandoi

‘festive sago tree’ (eng); ‘feestsagoboom’ (nld)

ananggaanaŋɡa

‘sago tree without thorns’ (eng); ‘sago boom zonder dorens’ (nld)

anangganaianaŋɡanai

‘bait (for fishing)’ (eng); ‘aas (om te vissen)’ (nld)

anangganasiaanaŋɡanasia

‘gargle, shake (eg of a bottle)’ (eng); ‘gorgelen, schudden bijv. van een fles’ (nld)

ananggare paraianaŋɡare parai

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

ananggemoanaŋɡemo

‘sago tree with few thorns’ (eng); ‘sagoboom met weinig dorens’ (nld)

ananggutinggutianaŋɡutiŋɡuti

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

anaporoanaporo

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

anarabuaanarabua

‘piece of sago stem’ (eng); ‘moot van de sagoboom’ (nld)

anaraubabaanaraubaba

‘large-leaved sago tree’ (eng); ‘grootbladige sagoboom’ (nld)

anasanianasani

‘clingy mussel’ (eng); ‘hechtmossel’ (nld)

anasuaianasuai

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

anataraianatarai

‘deceive pigs by removing bark from sago tree’ (eng); ‘varkens verschalken door sagoboom te schillen’ (nld)

anatuanatu

‘send, send (things)’ (eng); ‘zenden, sturen (van dingen)’ (nld)

anatuanatu

‘shoot with an arrow on the mirror image in water of a white spot on the cornea due to inflammation (healing method)’ (eng); ‘met een pijltje schieten op het spiegelbeeld in water van een wit vlekje op het hoornvlies door ontsteking (geneesmethode)’ (nld)

andaanda

‘mango’ (eng); ‘mangga’ (ind)

andauandau

‘large-leafed breadfruit tree (only the seeds are eaten)’ (eng); ‘grootbladige broodboom (alleen pitten gegeten)’ (nld)

ande-andeande-ande

‘coolness, pleasant cool wind (for example by fanning)’ (eng); ‘koelte, aangename koele wind (door waaieren bijv)’ (nld)

andiamosiandiamosi

‘young nipah frond (small strips are used)’ (eng); ‘jong nipahblad voor strootjes’ (nld)

andiauandiau

‘birthmark, larger black spots on the skin’ (eng); ‘moedervlek, ook grotere zwarte vlekken op de huid’ (nld)

andiauandiau

‘mat’ (eng); ‘mat’ (nld)

andiau bianumandiau bianum

‘braided mat’ (eng); ‘gevlochten mat’ (nld)

andiau seribiandiau seribi

‘small hand sieve used in washing sago’ (eng); ‘kleine handzeef bij het sagowassen’ (nld)

andiau tutubiandiau tutubi

‘mat used as raincover’ (eng); ‘mat als regenscherm gebruikt’ (nld)

andiraroandiraro

‘room’ (eng); ‘kamer’ (nld)

anditaandita

‘breadfruit tree (of which the fruits are eaten)’ (eng); ‘broodboom (vruchten gegeten)’ (nld)

andita bekarandita bekar

‘dried breadfruit’ (eng); ‘gedroogde broodvrucht’ (nld)

andoriandori

‘guava’ (eng); ‘djamboe’ (nld)

aneane

‘hey!’ (eng); ‘hei!’ (nld)

anepaanepa

‘conjunction: and then (same as apa)’ (eng); ‘voegwoord: en toen (zelfde als apa)’ (nld)

anggadiaŋɡadi

‘coconut’ (eng); ‘cocospalm’ (nld)

anggadi karuaŋɡadi karu

‘coconut water, juice from a coconut’ (eng); ‘klapper water’ (nld)

angganggomiaŋɡaŋɡomi

‘round oyster shell (white-pink in colour)’ (eng); ‘ronde oesterschelp (wit-rose)’ (nld)

angganggomsiniaaŋɡaŋɡomsinia

‘brown-white oyster shell’ (eng); ‘bruin-witte oesterschelp’ (nld)

anggapaririaŋɡapariri

‘mudskipper’ (eng); ‘slijkspringer’ (nld)

anggiriauaŋɡiriau

‘stingray’ (eng); ‘stekelrog’ (nld)

aniani

‘needle made from a bat bone’ (eng); ‘naald van vleermuisbeen’ (nld)

aniaianiai

‘crawl, cuscus’ (eng); ‘kruipen, koeskoes’ (nld)

aniai bekataraniai bekatar

‘tree cuscus’ (eng); ‘boomkoeskoes’ (nld)

aniai kakopaaniai kakopa

‘ground cuscus’ (eng); ‘grondkoeskoes’ (nld)

aniauaniau

‘learn, teach’ (eng); ‘leren, onderwijzen’ (nld)

aniau sasanaaniau sasana

‘explain clearly, teach’ (eng); ‘duidelijk uitleggen, onderwijzen’ (nld)

anibaranibar

‘wasp’ (eng); ‘wesp’ (nld)

aninggoinianiŋɡoini

‘nerve of sago leaf, arrow made from nerve of sago leaf’ (eng); ‘sagolidi’ (ind); ‘sagozijnerf, ook het pijltje daarvan’ (nld)

anioanio

‘house, placenta’ (eng); ‘huis, placenta’ (nld)

anio arianio ari

‘church building’ (eng); ‘kerkgebouw’ (nld)

anio seanio se

‘village’ (eng); ‘dorp’ (nld)

anioraroanioraro

‘room’ (eng); ‘kamer’ (nld)

anioseaniose

‘village’ (eng); ‘dorp’ (nld)

aniwaraniwar

‘hide, secret, keep secret’ (eng); ‘zich verbergen, geheim, geheim houden’ (nld)

anoano

‘cousin’ (eng); ‘oomzegger’ (nld)

anonaanona

‘very sweet’ (eng); ‘erg zoet’ (nld)

anotaanota

‘wait (trans. and intrans)’ (eng); ‘wachten (trans. en intrans)’ (nld)

anpianpi

‘eat (without mentioned object, i e., intransitive)’ (eng); ‘eten (zonder genoemd object)’ (nld)

anuanuanuanu

‘sweet (like sugar)’ (eng); ‘zoet (als suiker)’ (nld)

anumanum

‘braids’ (eng); ‘vlechten’ (nld)

anunumanunum

‘hold a celebratory dinner’ (eng); ‘een feestmaaltijd houden’ (nld)

apap

‘name, pronounce’ (eng); ‘noemen, uitspreken’ (nld)

apaapa

‘conjunction: and then’ (eng); ‘voegwoord: en toen’ (nld)

apaboapabo

‘that's why’ (eng); ‘daarom’ (nld)

apaiapai

‘bow’ (eng); ‘boog’ (nld)

apaiapai

‘run, flee, sail, drive’ (eng); ‘hard lopen, vluchten, zeilen, rijden’ (nld)

apaiwenamiapaiwenami

‘game played with hoops of palm leaves’ (eng); ‘wedstrijd met hoepels van gaba2schil in de wind’ (nld)

apaiwenamiapaiwenami

‘k.o. red banana’ (eng); ‘rode banaansoort’ (nld)

apajomaapajoma

‘because of that’ (eng); ‘daardoor’ (nld)

apamoapamo

‘k.o. large catfish’ (eng); ‘grote meerval’ (nld)

apapiraiapapirai

‘individual flowers of a coconut’ (eng); ‘de afzonderlijke bloempjes van de klapper’ (nld)

apapisapapis

‘needle made of cassowary wings’ (eng); ‘vleugelpennen van de kasuaris’ (nld)

aparapiriaparapiri

‘gnat, k.o. biting fly’ (eng); ‘agas-agas’ (ind); ‘steekvliegjes’ (nld)

aparioriapariori

‘conjure, to curse, impose a ban’ (eng); ‘bezweren, vervloeken, verbod opleggen’ (nld)

apeape

‘main nerve of the sago palm leaf’ (eng); ‘gaba2’ (ind); ‘hoofdnerf van sagoblad’ (nld)

ape dereape dere

‘boards made of gaba-gaba(eng); ‘prauwboorden van gaba2’ (nld)

apiapi

‘dry sandbank, sandbank in the sea’ (eng); ‘droge zandbank, zandplaat in zee’ (nld)

api manaapi mana

‘although’ (eng); ‘hoewel’ (nld)

apiamiapiami

‘scarecrow (with a rope that is pulled)’ (eng); ‘vogelverschrikker (met touw waaraan getrokken wordt)’ (nld)

apinoapino

‘only if, only then’ (eng); ‘alleen indien, slechts dan’ (nld)

apiraiapirai

‘fast (of sailing)’ (eng); ‘snel (van zeilen)’ (nld)

apoapo

‘forward’ (eng); ‘voorwaarts’ (nld)

apopaapopa

‘spider, spiderweb’ (eng); ‘spin, spinneweb’ (nld)

apopa karaiapopa karai

‘spider's web’ (eng); ‘spinneweb’ (nld)

aporapor

‘catfish’ (eng); ‘ikan sembilan’ (ind); ‘meerval’ (nld)

apowaiapowai

‘rattan, string of a bow’ (eng); ‘rotan, boogkoord’ (nld)

apu(i)apu(i)

‘grandparent, grandchild (of speaker)’ (eng); ‘grootouder of kleinkind (van spreker)’ (nld)

apuiapui

‘backwards’ (eng); ‘achterwaarts’ (nld)

arar

‘call’ (eng); ‘roepen’ (nld)

araara

‘conscious’ (eng); ‘de bewuste’ (nld)

arababarabab

‘call down’ (eng); ‘omlaag roepen’ (nld)

araiarai

‘brother-in-law, samesex’ (eng); ‘zwager, verwant van het zelfde geslacht’ (nld)

arainarain

‘pumpkin’ (eng); ‘laboe’ (ind); ‘pompoen’ (nld)

aramanaraman

‘spy on, wait silently’ (eng); ‘bespieden, wachten in reserve’ (nld)

aramiarami

‘stick insect, leaf insect’ (eng); ‘wandelende tak of wandelend blad (griezelding)’ (nld)

arami(s)arami(s)

‘old story, tune of a rowing song, primordial time’ (eng); ‘oud verhaal, roeizangwijs, de oertijd’ (nld)

aranaran

‘watch, guard’ (eng); ‘waken, bewaken’ (nld)

arandebaboarandebabo

‘give approval or consent by raising the eyebrows’ (eng); ‘de wenkbrauwen toestemmend optrekken’ (nld)

arandunarandun

‘prohibit, make impossible’ (eng); ‘verbieden, onmogelijk maken’ (nld)

arapearape

‘now’ (eng); ‘nu’ (nld)

arararar

‘scratch, scratch oneself, scratch the ground (of chickens)’ (eng); ‘krabben, zich krabben, grondkrabben van kippen’ (nld)

arariaararia

‘cheer up, console’ (eng); ‘opbeurend toespreken, troosten’ (nld)

arasenarasen

‘plank wall (eg of a ship)’ (eng); ‘planken wand (van schip bijv.)’ (nld)

arauarau

‘seaward’ (eng); ‘zeewaarts’ (nld)

arawaarawa

‘branch’ (eng); ‘tak’ (nld)

areiarei

‘inland’ (eng); ‘landwaarts’ (nld)

arendaunarendaun

‘pumpkin leaf eaten as a vegetable’ (eng); ‘blad van laboe als groente’ (nld)

arepaarepa

‘cloud’ (eng); ‘wolk’ (nld)

arerarer

‘order, agree, promise, arrange’ (eng); ‘bestellen, afspreken, beloven, regelen’ (nld)

ariari

‘Sunday, calendar stick or calendar board’ (eng); ‘zondag, kalenderstokje of kalenderplankje’ (nld)

ari kakitaari kakita

‘crescent moon’ (eng); ‘sikkelvorm van de maan’ (nld)

ari tatojoari tatojo

‘as if’ (eng); ‘alsof’ (nld)

ariaiariai

‘pumpkin’ (eng); ‘laboe’ (ind); ‘laboe’ (nld)

ariasiariasi

‘close to, near’ (eng); ‘dichtbij’ (nld)

ariauariau

‘flower, leaves used as decoration’ (eng); ‘bloem, ook alle tot versiering dienende blaren’ (nld)

ariauariau

‘load and offload, move house, move about (of goods)’ (eng); ‘in- en uitladen, verhuizen, versjouwen van goederen’ (nld)

ariau atariariau atari

‘orchid’ (eng); ‘orchidee’ (nld)

ariau parendaroariau parendaro

‘Chinese hibiscus’ (eng); ‘kembang sepatu’ (ind); ‘Hibiscus rosa’ (lat)

ariau tubaariau tuba

‘k.o. leaf’ (eng); ‘glad reukblad’ (nld)

arioriariori

‘under prohibition, insulated (due to mourning or due to initiation)’ (eng); ‘onder verbod staan, geisoleerd zijn (wegens rouw of wegens initiatie)’ (nld)

ariraarira

‘round’ (eng); ‘rond’ (nld)

ariraarira

‘swirl (of water in an eddy)’ (eng); ‘ronddraaien van water in een kolk’ (nld)

arir(i)arir(i)

‘walk, take a walk (equal to arira)’ (eng); ‘wandelen, een wandelingetje maken (gelijk aan arira)’ (nld)

aririariri

‘as, according to, subsequent’ (eng); ‘als, volgens, opvolgend’ (nld)

aririariri

‘as, equal’ (eng); ‘als, gelijk’ (nld)

ariri tajojoariri tajojo

‘as if, as it were’ (eng); ‘alsof, als het ware’ (nld)

arisaarisa

‘dry in the sun’ (eng); ‘drogen in de zon’ (nld)

aroaro

‘chest, front’ (eng); ‘borst, voorzijde’ (nld)

aroberaarobera

‘lie on your back, chest up’ (eng); ‘op de rug liggen, borst omhoog’ (nld)

aroiaroi

‘long’ (eng); ‘lang’ (nld)

arokoboruiarokoborui

‘point of sternum’ (eng); ‘punt van borstbeen’ (nld)

aropoaropo

‘before (location)’ (eng); ‘voor (plaatsaanduidend)’ (nld)

aropoaropo

‘for’ (eng); ‘voor’ (nld)

aroraarora

‘in vain’ (eng); ‘vergeefs’ (nld)

arorokawaiarorokawai

‘oh oh, name of the old mouth of the Mieiriver’ (eng); ‘ach, ach, Naam van de monding van de Mieirivier (oude monding)’ (nld)

arumarum

‘get engaged, engaged’ (eng); ‘verloven, verloving’ (nld)

arurarur

‘put on a roof’ (eng); ‘dakdekken’ (nld)

arwararwar

‘initiation ceremony’ (eng); ‘feest voor initiatie’ (nld)

asas

‘swim, wade, wade through’ (eng); ‘zwemmen, waden, doorwaden’ (nld)

as(a)as(a)

‘share, divide, separate’ (eng); ‘delen, verdelen, scheiden’ (nld)

asaasa

‘branch, fork, tributary’ (eng); ‘tak, gaffel, zijrivier’ (nld)

asa apopiasa apopi

‘spinning game to make yourself dizzy’ (eng); ‘ronddraaispelletje om zich duizelig te maken’ (nld)

asainasain

‘sharpening’ (eng); ‘slijpen’ (nld)

asanaiasanai

‘garfish species’ (eng); ‘geepsoort’ (nld)

asariowasariow

‘load-bearing beams, wood used for grass cutting (leveling)’ (eng); ‘draaghouten, aanhaalhout bij grasafslaan’ (nld)

asasi naiasasi nai

‘thorn’ (eng); ‘doren’ (nld)

asasinai jarasasinai jar

‘sea ​​urchin’ (eng); ‘zeeegel’ (nld)

asiarasiar

‘tie into a bundle, tie around’ (eng); ‘tot een bundel binden, omstrikken’ (nld)

asiesasies

‘spread out (of a mat)’ (eng); ‘uitspreiden, bijv. van een mat’ (nld)

asikajomiasikajomi

‘k.o. garfish found in the mangrove’ (eng); ‘geepsoort in het vloedbos’ (nld)

asinaasina

‘counter-gift’ (eng); ‘tegengeschenk’ (nld)

asisiasisi

‘quiet’ (eng); ‘stil’ (nld)

asiwarasiwar

‘lean against’ (eng); ‘leunen tegen’ (nld)

aso, mazo enzaso, mazo enz

‘because of’ (eng); ‘vanwege’ (nld)

astuastu

‘cross over by wading’ (eng); ‘wadend oversteken’ (nld)

asuatasuat

‘small yellow ant’ (eng); ‘kleine, gele mier’ (nld)

asupa-tirereasupa-tirere

‘said when a child sneezes’ (eng); ‘gezegd als een kind niest’ (nld)

atat

‘four’ (eng); ‘telwoord vier’ (nld)

atabaratabar

‘chase away’ (eng); ‘wegjagen’ (nld)

ataratar

‘festive bringing the bride to the groom’ (eng); ‘feestelijk brengen van de bruid bij de bruidegom’ (nld)

atariatari

‘Tropical almond’ (eng); ‘ketapang’ (ind); ‘kanarieboom’ (nld)

atenaten

‘good, living, intact’ (eng); ‘goed, levend, intact’ (nld)

ateniateni

‘liver’ (eng); ‘lever’ (nld)

atitiataratitiatar

‘festive bringing the bride to family’ (eng); ‘het feestelijk brengen van de bruid naar familie’ (nld)

atitubaatituba

‘screamed, burned, burn’ (eng); ‘geschroeid, aangebrand, zich branden’ (nld)

atoato

‘already’ (eng); ‘reeds, al’ (nld)

atoato

‘arrow (general)’ (eng); ‘pijl (algemeen)’ (nld)

atobiatobi

‘arrow made of the nerve of a sago leaf’ (eng); ‘pijltje van sagolidi’ (nld)

atokuatoku

‘arrow shaft, k.o. reed’ (eng); ‘pijlschacht, rietsoort’ (nld)

atorator

‘count, calculate’ (eng); ‘tellen, rekenen’ (nld)

atoreatore

‘k.o. small black palm’ (eng); ‘kleine niboengsoort’ (nld)

atotiatoti

‘toy arrow made of sago leaf nerf’ (eng); ‘speelpijltje van sagolidi’ (nld)

atuatu

‘child (of someone, kin), holes in a net, inflammation site on cornea’ (eng); ‘kind (als genoemd van wie), mazen van een net, ontstekingslitteken op hoornvlies’ (nld)

atubaiatubai

‘someone who has lost a child’ (eng); ‘iemand van wie een kind gestorven is’ (nld)

atudieumatudieum

‘foster child, adopted child’ (eng); ‘pleegkind, aangenomen kind’ (nld)

atumaatuma

‘child (general)’ (eng); ‘kind (algemeen)’ (nld)

atuma bebeasaatuma bebeasa

‘twins’ (eng); ‘tweeling’ (nld)

atuma besusuatuma besusu

‘nursing child’ (eng); ‘zoogkind’ (nld)

aturiaturi

‘stump’ (eng); ‘stronk’ (nld)

auau

‘lullaby, hush and rock’ (eng); ‘wiegeliedje, sussen en wiegen’ (nld)

auau

‘you (free form)’ (eng); ‘je, u (onverbonden vorm)’ (nld)

aumaum

‘feed, give food’ (eng); ‘voeden, te eten geven’ (nld)

aunoauno

‘hey you!’ (eng); ‘hei jij!’ (nld)

autaut

‘climb mountain’ (eng); ‘berg beklimmen’ (nld)

awaw

‘collect, attract (eg to a game)’ (eng); ‘verzamelen, aantrekken (tot spel bijv)’ (nld)

awa kumuaawa kumua

‘pull a sarong up between one's legs’ (eng); ‘sarong tussen de benen doorhalen’ (nld)

awadauawadau

‘buttocks’ (eng); ‘billen’ (nld)

awaduawadu

‘thigh, ham’ (eng); ‘dij, ham’ (nld)

awadu siniaawadu sinia

‘hip bone’ (eng); ‘heupbeen’ (nld)

awahawah

‘lower body’ (eng); ‘benedenlijf’ (nld)

awairawair

‘k.o. coral’ (eng); ‘takkoraal’ (nld)

awakumuaawakumua

‘pull a sarong up between one's legs’ (eng); ‘de sarong tussen de benen doorhalen’ (nld)

awanakananapuawanakananapu

‘swollen gland in the groin’ (eng); ‘klierzwelling in de liesstreek’ (nld)

awarawar

‘sewing’ (eng); ‘naaien’ (nld)

awararoawararo

‘crotch’ (eng); ‘het kruis (tussen de benen)’ (nld)

awasawas

‘coil (rope; wire), coil (like a snake), coiled end of bowstring, cross arms across chest’ (eng); ‘een rol (touw, ijzerdraad), zich oprollen (als een slang), gevlochten uiteinde van boogsnaar, de armen kruisen voor de borst’ (nld)

awataawata

‘orphan’ (eng); ‘weeskind’ (nld)

awerawer

‘hunt with dogs’ (eng); ‘jagen met honden’ (nld)

awiawi

‘lie, cheat, attack with angry influence, tempt’ (eng); ‘liegen, bedriegen, belagen met boze invloed, verleiden’ (nld)

baba

‘because’ (eng); ‘want’ (nld)

baba

‘denial: not’ (eng); ‘ontkenning: niet’ (nld)

baba

‘palm of the hand, sole of the foot’ (eng); ‘palm van de hand, zool van de voet’ (nld)

babbab

‘below, under’ (eng); ‘onder, beneden’ (nld)

babababa

‘great, important head of family’ (eng); ‘groot, voornaam familiehoofd’ (nld)

baba sanerarobaba saneraro

‘slim’ (eng); ‘slank’ (nld)

baba tawababa tawa

‘former head of the family’ (eng); ‘het vroegere familiehoofd’ (nld)

babapababapa

‘behave’ (eng); ‘zich gedragen’ (nld)

babarbabar

‘flapping wings’ (eng); ‘klapwieken’ (nld)

babarababara

‘swollen (of body part)’ (eng); ‘gezwollen (van lichaamsdeel)’ (nld)

babara rebabara re

‘face one's face in preparation for war’ (eng); ‘zich het gelaat beschilderen voor de krijg’ (nld)

babaribabari

‘k.o. sea anemone’ (eng); ‘soort zeeanemoon’ (nld)

babasababasa

‘wet’ (eng); ‘nat’ (nld)

babedanibabedani

‘that, that there’ (eng); ‘die of dat daarbeneden’ (nld)

babedasibabedasi

‘those there (pl, of things)’ (eng); ‘die daarbeneden (meerv. v. zaken)’ (nld)

babedasiababedasia

‘those there (pl, of people)’ (eng); ‘die daarbeneden (meerv. voor personen)’ (nld)

baber(a)baber(a)

‘each other’ (eng); ‘elkaar’ (nld)

babibabi

‘woman’ (eng); ‘vrouw’ (nld)

babiarbabiar

‘light up, shine on’ (eng); ‘verlichten, beschijnen’ (nld)

babinbabin

‘woman’ (eng); ‘vrouw’ (nld)

babinatubabinatu

‘sister, female family member’ (eng); ‘zuster, vrouwelijke verwant’ (nld)

babindiriaubabindiriau

‘wedding’ (eng); ‘bruiloft’ (nld)

babirubabiru

‘sick due to violation of prohibitions’ (eng); ‘ziek door overtreding van verboden’ (nld)

babisibabisi

‘hungry’ (eng); ‘honger hebben’ (nld)

babobabo

‘above’ (eng); ‘boven’ (nld)

babobabo

‘rowing team, joint rowers’ (eng); ‘roeiploeg, de gezamenlijke roeiers’ (nld)

baborubaboru

‘new’ (eng); ‘nieuw’ (nld)

babotuibabotui

‘flat sandy beach’ (eng); ‘vlak zandstrand’ (nld)

baburbabur

‘leave, go home: leave’ (eng); ‘weggaan, naar huis gaan: verlaten’ (nld)

baburibaburi

‘ever on’ (eng); ‘almaar door’ (nld)

baburubaburu

‘hair, feather’ (eng); ‘haar, veren’ (nld)

badebade

‘when’ (eng); ‘wan’ (nld)

baibai

‘black mussel shell’ (eng); ‘zwarte mosselschelp’ (nld)

baibai

‘carry on the hip or back or in cloth’ (eng); ‘dragen op de heup of rug of in slendang’ (nld)

baibai

‘relationship between mutual parents in law’ (eng); ‘relatie tussen wederzijdse schoonouders’ (nld)

bainbain

‘tree that canoes are made from’ (eng); ‘boom waarvan prauwen worden gemaakt’ (nld)

baisusbaisus

‘k.o. water flask’ (eng); ‘soort waterkruik’ (nld)

baitbait

‘pay’ (eng); ‘betalen’ (nld)

bajabaja

‘flat woven basket, with raised edges’ (eng); ‘platte gevlochten mand, met opstaande randen’ (nld)

bajabaja

‘palm leaf in its entirety or only the leaf base’ (eng); ‘palmblad in zijn geheel of alleen de bladvoet’ (nld)

bajabaja

‘spew out, spit out’ (eng); ‘uitspuwen’ (nld)

banabana

‘open, break open (mouth, shell and the like)’ (eng); ‘open, openbreken (mond, schelp e d)’ (nld)

banasabanasa

‘k.o. tree’ (eng); ‘kaju dodinga’ (ind); ‘houtsoort’ (nld)

banggaibaŋɡai

‘k.o. stone’ (eng); ‘mica’ (nld)

bape mojarbape mojar

‘prohibited to not’ (eng); ‘verbiedende niet’ (nld)

barbar

‘hit the drum, construct something, string’ (eng); ‘slaan op de tifa, iets construeren, spannen’ (nld)

barabara

‘arm, hand, handrail, handle, ear to hold on to’ (eng); ‘arm, hand, leuning voor de hand, handvat, oor om aan vast te houden’ (nld)

bara apopabara apopa

‘webbed feet’ (eng); ‘zwemvlienzen’ (nld)

bara bababara baba

‘armpit’ (eng); ‘oksel’ (nld)

bara daurubara dauru

‘shoulder blade’ (eng); ‘schouderblad’ (nld)

bara kamanabara kamana

‘signal to come over, beckon’ (eng); ‘hierheen wenken’ (nld)

bara raobara rao

‘wrist’ (eng); ‘pols’ (nld)

bara sarabara sara

‘left hand’ (eng); ‘linkerhand’ (nld)

bara watanbara watan

‘right hand’ (eng); ‘rechterhand’ (nld)

barabababarababa

‘armpit’ (eng); ‘oksel’ (nld)

barabobarabo

‘pectoral fin’ (eng); ‘borstvin’ (nld)

barabobarabo

‘shoulder’ (eng); ‘shouder’ (nld)

barabubarabu

‘side gallery, house walkway, side passage, yard of a house on the rampart’ (eng); ‘zijgalerij, omgang van huis, zijgang, erf van een huis op de wal’ (nld)

barakai awadubarakai awadu

‘muscle of hand’ (eng); ‘muis van de hand’ (nld)

barakai benarabuabarakai benarabua

‘middle finger’ (eng); ‘middelvinger’ (nld)

barakai bubarakai bu

‘knuckles’ (eng); ‘vingerknokkels’ (nld)

barakai rawabarakai rawa

‘nail’ (eng); ‘nagel’ (nld)

barakia awadubarakia awadu

‘muscle of hand’ (eng); ‘muis van de hand’ (nld)

barakia bababarakia baba

‘thumb’ (eng); ‘duim’ (nld)

barakiabababarakiababa

‘hold under the arm, clamp under the arm’ (eng); ‘onder de oksel klemmen’ (nld)

barakia(i)barakia(i)

‘finger’ (eng); ‘vinger’ (nld)

barakiaibarakiai

‘finger’ (eng); ‘vinger’ (nld)

baramibarami

‘not yet’ (eng); ‘nog niet’ (nld)

barapobarapo

‘ship and airplane propeller’ (eng); ‘schroef van schip en vliegtuig’ (nld)

barapowaibarapowai

‘ball braided from rattan’ (eng); ‘bal apowai’ (ind); ‘van rotan gevlochten bal’ (nld)

bararaubararau

‘wing’ (eng); ‘vluegel’ (nld)

bararebarare

‘window (in house)’ (eng); ‘raampjes in het huis’ (nld)

barareubarareu

‘handprint’ (eng); ‘afdruk van de hand’ (nld)

bararotubararotu

‘k.o. small bird of paradise’ (eng); ‘kleine paradijsvogel’ (nld)

barasabarasa

‘portable’ (eng); ‘draagbaar’ (nld)

barasiabarasia

‘show a blister, go off (of a gun), explode’ (eng); ‘een blaar vertonen, knallen van een geweer, ontploffen’ (nld)

barasiribaibarasiribai

‘legendary wild dog in the mountains’ (eng); ‘legendarische wilde hond op het gebergte’ (nld)

barawanbarawan

‘gold’ (eng); ‘goud’ (nld)

barebare

‘almost’ (eng); ‘bijna’ (nld)

baribari

‘wrestling’ (eng); ‘worstelen’ (nld)

bariribariri

‘appearance, shape, form’ (eng); ‘gelijkenis, voorkomen, gestalte, vorm’ (nld)

baririwibaririwi

‘dispute, have a fight’ (eng); ‘twisten, ruzie hebben’ (nld)

baririwibaririwi

‘stiff (of body, body part), cramp’ (eng); ‘stijf van lichaam of lichaamsdeel, ook bij kramp’ (nld)

barobaro

‘miss, not have, need, without’ (eng); ‘missen, niet hebben, behoefte hebben aan, zonder’ (nld)

baroibaroi

‘seacow, dugong’ (eng); ‘zeekoe’ (nld)

barubaru

‘across the street’ (eng); ‘overkant’ (nld)

basarbasar

‘hit with hand, or on drum’ (eng); ‘slaan met de vlakke hand, ook op de tifa’ (nld)

batbat

‘get up, sit up from a lying position, rise up (of a school of fish)’ (eng); ‘opstaan, zich oprichten uit liggende houding, opkomen van school vissen op zee’ (nld)

bat tubat tu

‘lie across something’ (eng); ‘dwars over iets liggen’ (nld)

batabata

‘lie, remain behind, permanent in condition’ (eng); ‘liggen, achterblijven, blijvend zijn van toestand’ (nld)

batabata

‘lie’ (eng); ‘liggen’ (nld)

batabata

‘surf, breaking wave’ (eng); ‘branding, brandinggolf’ (nld)

batairbatair

‘small trusses of the roof of a canoe, front and rear’ (eng); ‘kleine spanten van het prauwdakje, voor en achter’ (nld)

batioirbatioir

‘thick (not thin), full of fruit’ (eng); ‘dik (niet dun), vol vruchten’ (nld)

batitiojarbatitiojar

‘fetid (therefore not tasty)’ (eng); ‘klef (daardoor niet lekker)’ (nld)

batromibatromi

‘large seashell with large matabia(eng); ‘grote slakschelp met grote matabia(nld)

batubatu

‘lie across something’ (eng); ‘dwars over iets liggen’ (nld)

baturutabaturuta

‘river turtle’ (eng); ‘rivierschildpad’ (nld)

baunbaun

‘erect (of building, pole)’ (eng); ‘oprichten, bijv, van gebouw, paal’ (nld)

bebe

‘on, as’ (eng); ‘aan, als’ (nld)

bebesabebesa

‘sandbank underwater’ (eng); ‘zandbank onder water’ (nld)

bebiarbebiar

‘flame’ (eng); ‘vlam’ (nld)

bedabeda

‘demonstrative pronoun: there with you (sg. or pl.)’ (eng); ‘daar bij jou of u of jullie (aanw vnw.)’ (nld)

bedagambedaɡam

‘make a trip for trade, make a long journey’ (eng); ‘handelsreis maken, verre reis maken’ (nld)

bedaibedai

‘demonstrative pronoun: there with you (sg. or pl.)’ (eng); ‘daar bij jou of u of jullie (aanw vnw.)’ (nld)

bedekenbedeken

‘threaten’ (eng); ‘bedreigen’ (nld)

bediabedia

‘demonstrative pronoun: there with you (sg. or pl.)’ (eng); ‘daar bij jou of u of jullie (aanw vnw.)’ (nld)

bediorbedior

‘prevent, obstruct, guard’ (eng); ‘tegenhouden, verhinderen, bewaken’ (nld)

bedjadibedʒadi

‘born, give birth, have a child’ (eng); ‘geboren worden, baren, een kind krijgen’ (nld)

bei(a)bei(a)

‘deliberately, wilfully, very, only, to’ (eng); ‘opzettelijk, moedwillig, erg, slechts, tot’ (nld)

beibeiabeibeia

‘only, but, just, just like that’ (eng); ‘slechts, maar, al maar, zo maar’ (nld)

beitobeito

‘to’ (eng); ‘tot’ (nld)

bekatabekata

‘diverge’ (eng); ‘uiteenwijken’ (nld)

bekudabekuda

‘riding a horse on the shoulders’ (eng); ‘paardje rijden op de schouders’ (nld)

bekuti-kutibekuti-kuti

‘lumpy (of sagomush)’ (eng); ‘klonterig van sagopap’ (nld)

bemandibemandi

‘remainder, remaining’ (eng); ‘rest, overblijvend’ (nld)

bemeamorbemeamor

‘full of bumps, pimples, pockmarks’ (eng); ‘vol bultjes, puistjes, pokken’ (nld)

benabena

‘rest, leftovers, remnants’ (eng); ‘rest, overblijfsel, wat overblijft’ (nld)

benababobenababo

‘tree cuscus (that stays on high)’ (eng); ‘boomkoeskoes (die boven verblijft)’ (nld)

benadibenadi

‘pray’ (eng); ‘bidden’ (nld)

benaimarobabenaimaroba

‘python’ (eng); ‘python’ (nld)

benakakopabenakakopa

‘mole cricket’ (eng); ‘veenmol’ (nld)

benamariabenamaria

‘eel’ (eng); ‘paling’ (nld)

benamonbenamon

‘ghost possessor’ (eng); ‘geestbezitter’ (nld)

benanaribenanari

‘fake (as opposed to natural)’ (eng); ‘kunst tegenover natuur’ (nld)

benanaribenanari

‘fake, man-made (opposite of natural)’ (eng); ‘kunst- (tegenover natuurlijk)’ (nld)

benewbenew

‘own, possess’ (eng); ‘bezitten, eigenaar’ (nld)

bepakebepake

‘use, also in a sexual sense’ (eng); ‘gebruiken, ook in geslachtelijke zin’ (nld)

bepapeabepapea

‘wild, dense, untouched wilderness’ (eng); ‘woest, dicht, ongerept van wildernis’ (nld)

bepidarbepidar

‘dangerous due to being sacred, disgusting’ (eng); ‘gevaarlijk door heiligheid, afstotend’ (nld)

beposarbeposar

‘flooding, overflowing’ (eng); ‘bandjirren’ (nld)

bepurmararubepurmararu

‘k.o. grasshopper’ (eng); ‘bladsprinkhaan’ (nld)

ber(a)ber(a)

‘turn’ (eng); ‘keren’ (nld)

bera-berabera-bera

‘lightning, shine, k.o. thin pearl shell’ (eng); ‘bliksem, blinken, naam van dunne parelmoerschelp’ (nld)

beraiberai

‘secretly’ (eng); ‘heimelijk?’ (nld)

ber(e)ber(e)

‘walk over a bridge, log, ridge’ (eng); ‘lopen over brug, boomstam, bergkam’ (nld)

bere-berebere-bere

‘beri-beri ziekte’ (nld)

bereribereri

‘empty, misfired, unsuccessful’ (eng); ‘ledig, misgeschoten, succesloos’ (nld)

beretuberetu

‘crossing via a bridge’ (eng); ‘oversteken via een brug’ (nld)

bereu babereu ba

‘traceless, leaving no impression’ (eng); ‘spoorloos, geen indruk nalaten’ (nld)

beriaberia

‘blood’ (eng); ‘bloed’ (nld)

beribiberibi

‘four (of coconuts)’ (eng); ‘viertal klappers’ (nld)

berisberis

‘peel’ (eng); ‘schillen’ (nld)

beroraberora

‘dark moon’ (eng); ‘donkere maan’ (nld)

beruanaberuana

‘appear, show oneself, vision’ (eng); ‘verschijnen, zich vertonen, visioen’ (nld)

berumojaberumoja

‘bird of prey, k.o. eagle’ (eng); ‘roofvogel, kiekendief’ (nld)

beruriberuri

‘mountain top where several mountain ridges meet’ (eng); ‘bergtop waar enkele bergkammen samenkomen’ (nld)

besabesa

‘half-ripe’ (eng); ‘half rijp’ (nld)

besianggonubesiaŋɡonu

‘albino (lit. red)’ (eng); ‘albino, eig. rode’ (nld)

besinabesina

‘lean’ (eng); ‘mager’ (nld)

besipujabesipuja

‘k.o. squid’ (eng); ‘soort pijlinktvis’ (nld)

besiribesiri

‘immediately, very bad, at once’ (eng); ‘terstond, heel erg, ten enenmale’ (nld)

besjenbesjen

‘good, fitting, gratifying’ (eng); ‘goed, passend, verheugend’ (nld)

besomabesoma

‘black and white sea snake’ (eng); ‘wit-zwarte zeeslang’ (nld)

besopapabesopapa

‘put in a row’ (eng); ‘op een rij liggen’ (nld)

betabebetabe

‘wave hello’ (eng); ‘goede dag wuiven’ (nld)

betapirabetapira

‘fish that jumps high out of the water, mackerel’ (eng); ‘tarusi, tenggiri’ (ind); ‘hoog uit het water opspringende vis’ (nld)

betatarbetatar

‘sinful’ (eng); ‘zondig zijn’ (nld)

betiaibetiai

‘emerge from the water, come up from the water’ (eng); ‘in het water opduiken, uit het water opkomen’ (nld)

betiaibetiai

‘surface, float to the surface’ (eng); ‘opduiken, boven komen drijven’ (nld)

betoapabetoapa

‘thus’ (eng); ‘alzo’ (nld)

betobi-tobibetobi-tobi

‘spotted, multicolored’ (eng); ‘gevlekt, bont’ (nld)

betoboseibetobosei

‘palm cockatoo, black cockatoo’ (eng); ‘grote zwarte kakatoea’ (nld)

betonibetoni

‘which, what kind’ (eng); ‘welk, wat voor’ (nld)

beumurbeumur

‘longevity, long-lived’ (eng); ‘lang leven’ (nld)

bewat(a)bewat(a)

‘nurse, care for’ (eng); ‘verzorgen’ (nld)

bibi

‘question word’ (eng); ‘vraagwoordje’ (nld)

bibi

‘sago tree (in compounds)’ (eng); ‘sagoboom (in samenstellingen)’ (nld)

biakambibiakambi

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

biakamenitbiakamenit

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

biakaubiakau

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

biangenabiaŋena

‘k.o. large sea turtle’ (eng); ‘zeer grote zeeschildpad’ (nld)

bianonabianona

‘ring finger’ (eng); ‘ringvinger’ (nld)

biarbiar

‘shine, sheen, light’ (eng); ‘glans, schijneel, licht’ (nld)

biar(a)biar(a)

‘descend, slope downwards’ (eng); ‘afdalen, hellen’ (nld)

bibarbibar

‘slimy, slippery’ (eng); ‘slijmerig, glibberig’ (nld)

bibiabibia

‘wave (at sea), swell’ (eng); ‘golf op zee, deininggolven’ (nld)

bibioibibioi

‘rash, mosquito bite’ (eng); ‘striem, muggebeet’ (nld)

bibisibibisi

‘contraction of shoulder and back muscles due to pain or heat’ (eng); ‘samentrekken van schouder en rugspieren door pijn of hittegevoel’ (nld)

bibubibu

‘not real, fake’ (eng); ‘niet echt, schijn’ (nld)

bieburabiebura

‘always, daily’ (eng); ‘aldoor, dagelijks’ (nld)

biekarwarbiekarwar

‘prevented due to the interference of a dead person's spirit’ (eng); ‘verhinderd door tegenwerking van een karwar (dodenziel)’ (nld)

bierurutubierurutu

‘peat soil (high in the Mon area on the mountains) (e.g. sinking)’ (eng); ‘veengrond (hoog in het mongebied op de bergen) (eig. inzinkend)’ (nld)

bikubiku

‘chimney pipe’ (eng); ‘schoorsteenpijp’ (nld)

bimamabimama

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

bimanaubimanau

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

bimirbimir

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

bimorbimor

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

binggabiŋɡa

‘pigeon species’ (eng); ‘duifsoort’ (nld)

biomboreibiomborei

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

birbir

‘reserveren, laten staan in reserve’ (nld)

birikbirik

‘bird snare (hunter pulls the snare tight)’ (eng); ‘vogelstrik (de jager trekt de strik aan)’ (nld)

bisabisa

‘bend, curve’ (eng); ‘buigen, ombuigen, krommen’ (nld)

bisabisa

‘old woman’ (eng); ‘oude vrouw’ (nld)

bis(i)bis(i)

‘fever’ (eng); ‘koorts’ (nld)

bisopibisopi

‘initiated young woman’ (eng); ‘geinitieerde jonge vrouw’ (nld)

bitaebitae

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

bitibitibitibiti

‘firefly’ (eng); ‘vuurvliegje’ (nld)

bitimebitime

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

bitobito

‘what’ (eng); ‘wat?’ (nld)

bitopibitopi

‘what’ (eng); ‘wat?’ (nld)

bituaibituai

‘k.o. sago tree’ (eng); ‘soort sagoboom’ (nld)

bobo

‘causing, to’ (eng); ‘veroorzakend, naar’ (nld)

bobo

‘fin of a fish’ (eng); ‘vin van een vis’ (nld)

bobo

‘row, rowing span, fin of a fish’ (eng); ‘roeien, roeispaan, vin van een vis’ (nld)

bobbob

‘hand out, give away, sell’ (eng); ‘uitdelen, weggeven, verkopen’ (nld)

bobojaboboja

‘foam of waves, of seawater’ (eng); ‘schuim van golven, van zeewater’ (nld)

bobokiboboki

‘k.o. grasshopper’ (eng); ‘soort sprinkhaan’ (nld)

bokasiribokasiri

‘shell species, yellow with brown stripes’ (eng); ‘schelpsoort, geel met bruine streepjes’ (nld)

borabora

‘bundle (of barley, etc.)’ (eng); ‘bundel, bos (van gerst e d)’ (nld)

boraboborabo

‘k.o. of wood that always stays moist’ (eng); ‘houtsoort die steeds vochtig blijft’ (nld)

boraiborai

‘of all kinds, much of everything, crowd’ (eng); ‘allerlei, veel van allerlei, alle soorten, als enkelvoud: de massa, de schare’ (nld)

borai paiborai pai

‘Borai people’ (eng); ‘kaiwasa borai’ (nld)

boribori

‘adverb, first, before something else’ (eng); ‘bijwoord, eerst, voor iets anders’ (nld)

boribori

‘buy’ (eng); ‘kopen’ (nld)

boroboro

‘shell, purply white in colour’ (eng); ‘schelpje, paarswit’ (nld)

borobborob

‘participant in the party, exchange partner’ (eng); ‘deelhebber in feest, ruilgenoot’ (nld)

boruboru

‘die, dead, numb (of a body part)’ (eng); ‘sterven, dood, verlamd van lichaamsdeel’ (nld)

boru piataboru piata

‘suffocate, suddenly die without being sick’ (eng); ‘stikken, plotseling sterven zonder ziek te zijn’ (nld)

boru toparboru topar

‘unconscious, faint’ (eng); ‘bewusteloos zijn, bezwijmen’ (nld)

boru toparboru topar

‘unconscious’ (eng); ‘bewusteloos zijn’ (nld)

botebote

‘bucket, bucket made of bamboo, bamboo container for holding sago meal’ (eng); ‘emmer, puts van bamboe, bamboe om sagoweer op te vangen’ (nld)

bowajabowaja

‘exclamation made during a game of hide and seek when someone is tagged’ (eng); ‘uitroep bij verstoppertje, als iemand getikt wordt’ (nld)

bowibowi

‘archerfish’ (eng); ‘Labrus jaculator’ (lat); ‘schuttervisje’ (nld)

bubu

‘joint, knot in wood’ (eng); ‘gewricht, kwast in hout’ (nld)

bubu

‘unusual, fake, belong to another world’ (eng); ‘ongewoon, onecht, tot de andere wereld behorend’ (nld)

bu sorebu sore

‘make a growling sound, e g., as a plane’ (eng); ‘brommend geluid maken als vliegtuig e.d.’ (nld)

buaibuai

‘behavior’ (eng); ‘adat’ (ind); ‘gedrag’ (nld)

bubbub

‘blow (also on an instrument)’ (eng); ‘blazen, ook op instrument’ (nld)

bub sorebub sore

‘blowing with the mouth’ (eng); ‘blazen met de mond’ (nld)

bubububu

‘pour out, pour in’ (eng); ‘uitgieten, inschenken’ (nld)

buetbuet

‘button’ (eng); ‘knoop’ (nld)

buet aubuet au

‘brace yourself’ (eng); ‘zet je schrap’ (nld)

buibui

‘write, draw, paint’ (eng); ‘schrijven, tekenen, schilderen’ (nld)

buiobuio

‘fruit’ (eng); ‘vrucht’ (nld)

buotobuoto

‘what's with you?, how? (in general)’ (eng); ‘wat is er met je?, Alg. betekenis: hoe?’ (nld)

burbur

‘preposition, towards, in the direction of’ (eng); ‘voorzetsel, tegemoet, in richting van’ (nld)

buriawariburiawari

‘snail shell, shaped like a money tray’ (eng); ‘slakschelpje, vorm van geldbakje’ (nld)

buruburusiaburuburusia

‘air bubble, both in and on the water’ (eng); ‘luchtbel, zowel in als op het water’ (nld)

burumaniburumani

‘spinning top’ (eng); ‘tol’ (nld)

burusuburusu

‘away from, separated from’ (eng); ‘vandaan, gescheiden van’ (nld)

damedame

‘peace treaty’ (eng); ‘vredesluiting’ (nld)

dana jomadana joma

‘because of the fire’ (eng); ‘vanwege de brand’ (nld)

dangguidaŋɡui

‘perish, mouldered, spoiled, rotten through with woodworm’ (eng); ‘vergaan, vermolmd, bedorven, verdord door houtworm’ (nld)

darisidarisi

‘tasty red fish’ (eng); ‘rode smakelijke vis’ (nld)

daumdaum

‘oar’ (eng); ‘dajoeng’ (ind); ‘roeiriem’ (nld)

dede

‘beach that dries out at ebb tide’ (eng); ‘bij eb drooglopend strand’ (nld)

de kariade karia

‘high tide’ (eng); ‘hoge vloed’ (nld)

de kariade karia

‘very high tide’ (eng); ‘zeer hoge vloed’ (nld)

de pai pieposide pai pieposi

‘it's ebb tide’ (eng); ‘het is eb’ (nld)

dediaudediau

‘honorary title’ (eng); ‘eretitel’ (nld)

dedirudediru

‘large ebbtide occuring at night (Dec. to Aug)’ (eng); ‘grote nachteb (Dec. to Aug)’ (nld)

dekopadekopa

‘k.o. bird that makes the call: piau-piau-piau’ (eng); ‘zangvogeltje, roept: piau-piau-piau(nld)

depuriadepuria

‘large ebbtide occuring during the day (Aug. to Dec.)’ (eng); ‘grote dageb (Aug. tot Dec)’ (nld)

deredere

‘side, flank, bank, beach’ (eng); ‘kant, zijde, oever, strand’ (nld)

deredere

‘tooth’ (eng); ‘tand’ (nld)

dere babadere baba

‘chin, lower jaw, second knot in the ko (button rope)’ (eng); ‘kin, onderkaak, tweede knoop in de ko (knopentouwtje)’ (nld)

dere babadere baba

‘chin, lower jaw’ (eng); ‘kin, onderkaak’ (nld)

dere benanaridere benanari

‘false teeth’ (eng); ‘kunstgebit’ (nld)

dere padere pa

‘gums’ (eng); ‘tandvlees’ (nld)

dere ririojardere ririojar

‘chattering teeth’ (eng); ‘klappertanden’ (nld)

dere umuajadere umuaja

‘molar’ (eng); ‘kies, de kiezen’ (nld)

dere upadere upa

‘black teeth’ (eng); ‘zwarte tanden’ (nld)

derodero

‘step-brother, step-sister’ (eng); ‘schoonbroeder of -zuster (van spreker)’ (nld)

didi

‘vagina’ (eng); ‘vagina’ (nld)

diakaudiakau

‘edible shoots of Saccharum edule(eng); ‘sajur lilin’ (ind)

dia(n)dia(n)

‘fish’ (eng); ‘vis’ (nld)

dianggaririadiaŋɡariria

‘crocodile’ (eng); ‘krokodil’ (nld)

diardiar

‘extend one's hand, to push or grab’ (eng); ‘de hand uitsteken, om te duwen of te grijpen’ (nld)

diaradiara

‘casting net’ (eng); ‘djala’ (ind); ‘werpnet’ (nld)

diasadiasa

‘k.o. fish’ (eng); ‘bobara’ (ind); ‘vissoort’ (nld)

dibeidibei

‘croton’ (eng); ‘croton’ (nld)

didiwaididiwai

‘alang-alang plant, rough with all kinds of weeds’ (eng); ‘alang-alangplant, ruigte met allerlei onkruid’ (nld)

diedie

‘ebb tide, tide is ebbing’ (eng); ‘het ebt, de eb’ (nld)

diedie

‘ebb, time indication for half a year’ (eng); ‘de eb, het ebt, tijdsaanduiding voor halfjaar’ (nld)

diebitdiebit

‘pig trap’ (eng); ‘varkenstrik’ (nld)

diedidiedi

‘banana variety’ (eng); ‘bananensoort’ (nld)

diedidudiedidu

‘well, unfortunately, too bad’ (eng); ‘ach, helaas, jammer’ (nld)

dikoidikoi

‘clitoris’ (eng); ‘clitoris’ (nld)

diobaradiobara

‘gale force wind’ (eng); ‘stormwind’ (nld)

diodidiodi

‘k.o. banana’ (eng); ‘pisang ambon’ (ind); ‘bananensoort’ (nld)

dionewadionewa

‘together, grabbed with one hand’ (eng); ‘samen, in een greep gevat’ (nld)

diordior

‘stop, basic word of bedior(eng); ‘tegenhouden, grondwoord van bedior(nld)

diowdiow

‘hook, treble hook, pluck hook, bamboo crochet hook’ (eng); ‘haak, dreg, plukhaak, bamboeboet haaknaald’ (nld)

dirdir

‘nail, hoof, claw’ (eng); ‘nagel, hoef, klauw’ (nld)

dirudiru

‘night’ (eng); ‘nacht’ (nld)

djadibadʒadiba

‘impossible, terrible, unbearable’ (eng); ‘onmogelijk, verschrikkelijk, ondraaglijk’ (nld)

djamdʒam

‘duration, time period, specific time’ (eng); ‘tijdsduur, tijdvak, bepaalde tijd’ (nld)

djawatidʒawati

‘canoe from the Moluccas made of planks’ (eng); ‘prauw uit Molukken met planken boorden’ (nld)

dodo

‘at, on the spot of’ (eng); ‘te, ter plaatse van’ (nld)

dobabarudobabaru

‘many shards, there are shards’ (eng); ‘veel scherven, aan scherven zijn’ (nld)

dobarudobaru

‘shard, half, piece of something’ (eng); ‘scherf, half, een stuk van iets’ (nld)

doidoi

‘money’ (eng); ‘geld’ (nld)

dojaidojai

‘upper side (the south of the bay)’ (eng); ‘bovenzijds (het zuiden van de baai)’ (nld)

doradora

‘bridge from beach to house, raft’ (eng); ‘bruggetje van strand naar huis, vlot’ (nld)

doraudorau

‘on sea, seawards’ (eng); ‘terzee, zeezijds’ (nld)

doreidorei

‘on land, landwards’ (eng); ‘te land, landzijds’ (nld)

doridori

‘outside, north of the bay’ (eng); ‘buitenzijds, het noorden van de baai’ (nld)

dotirdotir

‘large bamboo used for water barrels’ (eng); ‘grote maboe voor watervaten’ (nld)

duairiduairi

‘fern eaten as a vegetable’ (eng); ‘als groente gebruikte varen’ (nld)

duaruduaru

‘spoon for stirring sago mush’ (eng); ‘spatel om sagopap te roeren’ (nld)

duidui

‘planks and boards of all kinds of palm tree bark’ (eng); ‘planken en latten van alle soorten palmschors’ (nld)

ee

‘indefinite pronoun, one or the other, other, another’ (eng); ‘onbepaald voornw., een of ander, andere’ (nld)

ee

‘question word, after interrogative sentence’ (eng); ‘vraagwoordje, achter vragende zin’ (nld)

ejaeja

‘again’ (eng); ‘wederom’ (nld)

emaema

‘eye socket, eye holes’ (eng); ‘ooggaten’ (nld)

emaema

‘pick, pluck’ (eng); ‘plukken’ (nld)

enaena

‘sleep’ (eng); ‘slapen’ (nld)

ena miaena mia

‘dream, have a dream’ (eng); ‘dromen, droom’ (nld)

ena miaena mia

‘dream’ (eng); ‘dromen’ (nld)

ena sia(t)ena sia(t)

‘fast asleep’ (eng); ‘vast slapen’ (nld)

ena siatena siat

‘sleep soundly’ (eng); ‘vast slapen’ (nld)

enderekenderek

‘k.o. tree with smooth leaves’ (eng); ‘boomsoort met gladde bladaren’ (nld)

erineerine

‘just now’ (eng); ‘daareven, daarstraks’ (nld)

esaesa

‘an (indefinite for things)’ (eng); ‘een (onbepaald voor dingen)’ (nld)

esasiesasi

‘some, other (of things)’ (eng); ‘enkele, andere (van dingen)’ (nld)

esiesi

‘one, other, someone’ (eng); ‘de ene, de andere, iemand’ (nld)

esiaesia

‘some, others’ (eng); ‘sommigen, de anderen’ (nld)

esiajaesiaja

‘there are some’ (eng); ‘er zijn er’ (nld)

etaeta

‘in the way: to brace oneself’ (eng); ‘dwars in de weg liggen: zich schrap zetten’ (nld)

guranaɡurana

‘k.o. bird of paradise with a crest’ (eng); ‘gekraagde paradijsvogel’ (nld)

ii

‘1sg (bound form)’ (eng); ‘ik, verbonden vorm’ (nld)

ii

‘3SG (bound and unbound form)’ (eng); ‘hij, zij, hem, haar (onverbonden en verbonden vorm)’ (nld)

i diruai dirua

‘it is dark’ (eng); ‘het duistert, het is donker’ (nld)

ikuiikui

‘small kind of giant clam’ (eng); ‘Tridacna gigas’ (lat); ‘klein soort doopvontschelp’ (nld)

imandiwaimandiwa

‘et cetera’ (eng); ‘enzovoort’ (nld)

imboboruiimboborui

‘name for the evening star’ (eng); ‘naam voor de avondster’ (nld)

imboniimboni

‘coconut beetle’ (eng); ‘klappertor’ (nld)

inin

‘fish species, long and flat’ (eng); ‘vissoort, lang en plat’ (nld)

inaina

‘pounded sago, waste left after pounding sago’ (eng); ‘sagoklopsel, ook afval van sagokloppen’ (nld)

inanarabuiinanarabui

‘evil spirit that resides in a certain place (e.g. in the hot spring in Wasior)’ (eng); ‘boze geest, die op bepaalde plaats huist, bijv. in heetwaterbron bij Wasior’ (nld)

inarinar

‘k.o. oyster with five small holes in a row’ (eng); ‘naam van oesterschelpje met rij van vijf gaatjes’ (nld)

inarinar

‘widow’ (eng); ‘weduwe’ (nld)

inderiinderi

‘physician’ (eng); ‘geneeskundige’ (nld)

indokiindoki

‘realm of the dead (unhealthy winds come from there)’ (eng); ‘naam van het dodenrijk (onheilbrengende wind komt daar vandaan)’ (nld)

induberiinduberi

‘source’ (eng); ‘bron’ (nld)

ineine

‘my etc.’ (eng); ‘mijn etc’ (nld)

ineriineri

‘then’ (eng); ‘daarna’ (nld)

inggamamuriiŋɡamamuri

‘hedge plant with finely divided leaves (fragrant when dried)’ (eng); ‘heggeplant met fijnverdeelde bladeren (welriekend na drogen)’ (nld)

inggameiiŋɡamei

‘k.o. river fish’ (eng); ‘soort riviervis’ (nld)

inggameriiŋɡameri

‘k.o. shell with knobed edges and wide wings’ (eng); ‘slakschelpje met geknobbelde randen en brede vleugel’ (nld)

inggenambiiŋɡenambi

‘dwarf demon, river spirit’ (eng); ‘dwergdemon, riviergeest’ (nld)

inggininuiiŋɡininui

‘white-violet shell’ (eng); ‘wit-violet schelpje’ (nld)

ipuipu

‘knock, strike the gong’ (eng); ‘kloppen, op gong slaan’ (nld)

ipu totapipu totap

‘knock something out of something’ (eng); ‘iets ergens uit kloppen’ (nld)

iraira

‘k.o. dove’ (eng); ‘soort duif’ (nld)

irarairara

‘push’ (eng); ‘duwen’ (nld)

iriiri

‘choose, select’ (eng); ‘kiezen, uitkiezen’ (nld)

isairaraisairara

‘push off (e g., a canoe from a jetty)’ (eng); ‘afduwen (bijv. prauw afduwen van de steiger)’ (nld)

isanisan

‘stab with weapon or stick, pointed at’ (eng); ‘steken met wapen, stok, gericht naar’ (nld)

isan aebuisan aebu

‘kneel’ (eng); ‘knielen’ (nld)

isan sabuisan sabu

‘shoot something with an arrow’ (eng); ‘ergens in schieten met pijl’ (nld)

isa(n) tirisa(n) tir

‘make a hole in something, peep through a hole’ (eng); ‘een gat steken in, gluren door een gat, door een opening’ (nld)

isanbiarisanbiar

‘rays’ (eng); ‘stralen’ (nld)

isansabuisansabu

‘shoot into something (tree trunk or fruit etc.) lit shoot while tearing or splitting’ (eng); ‘ergens in schieten (in stam of vrucht e d.) eig. scheurend schieten, splijtend schieten’ (nld)

isantawanaisantawana

‘tie up to a post, of a canoe’ (eng); ‘aan paal vastleggen van een prauw’ (nld)

isantirisantir

‘pierce’ (eng); ‘doorboren’ (nld)

isantoura souisantoura sou

‘pierce one's nose, name of the ceremony in which the nose is pierced’ (eng); ‘neus doorboren, naam van deze ceremonie’ (nld)

isantuirisantuir

‘point’ (eng); ‘wijzen’ (nld)

isapisap

‘k.o. small bird of paradise’ (eng); ‘kleine paradijsvogel’ (nld)

isiakisiak

‘starfruit’ (eng); ‘zoete blimbing’ (nld)

isinisin

‘prepare sago mush, done by stirring from the bottom upwards using a kind of spatula’ (eng); ‘bereiden van sagopap, het roeren van beneden naar boven met een spatel’ (nld)

isiririobiisiririobi

‘octopus’ (eng); ‘goerita’ (ind); ‘octopus’ (nld)

isoraniisorani

‘decoration on the sail of the Manopi group’ (eng); ‘zeilversiering als stamteken van Manopi’ (nld)

isoriisori

‘river fish’ (eng); ‘riviervisje’ (nld)

itatiitati

‘k.o. river fish’ (eng); ‘ikan gabus’ (ind); ‘riviervisje’ (nld)

iteite

‘now!, come on!, not true!’ (eng); ‘nu!, kom aan!, niet waar!’ (nld)

itiriitiri

‘k.o. sea turtle with a round shell’ (eng); ‘soort zeeschildpad met bol schild’ (nld)

itirikitirik

‘k.o. small guava’ (eng); ‘kleine djamboesoort’ (nld)

itirikiokiitirikioki

‘wagtail’ (eng); ‘kwikstaart’ (nld)

jaja

‘demonstrative pronoun, that, those’ (eng); ‘aanwijzend vnw.: die, dat’ (nld)

jaja

‘derived form of jau, 1SG’ (eng); ‘nevenvorm van jau: ik, mij’ (nld)

jaja

‘once again’ (eng); ‘wederom’ (nld)

jabajaba

‘hut, shelter’ (eng); ‘hut, afdak’ (nld)

jabojabo

‘sting of a whiptail stingray’ (eng); ‘doren van de pijlstaartrog’ (nld)

jaijai

‘above (adv. of place and direction)’ (eng); ‘boven (bijw. van plaats en richting)’ (nld)

jaijai

‘father (of speaker)’ (eng); ‘vader (van spreker)’ (nld)

jakisjakis

‘monkey’ (eng); ‘aap’ (nld)

janajana

‘demonstrative pronouns, that, those, there’ (eng); ‘aanw. vw., die, dat, daar’ (nld)

jandejande

‘edge of reef’ (eng); ‘rand van het rif’ (nld)

janijani

‘pron. that that there’ (eng); ‘aanw.vnw. die dat daar’ (nld)

jarjar

‘coral reef, coral stones’ (eng); ‘koraalbank, koraalsteen’ (nld)

jaraijarai

‘k.o. large, triangular shell (black and with mother of pearl on the inside)’ (eng); ‘grote, driehoekige, bladvormige schelp (zwart, van binnen parelmoer)’ (nld)

jarujaru

‘casuarina’ (eng); ‘causarine’ (nld)

jarubuojarubuo

‘sea fan, bracelet made of sea fan’ (eng); ‘akar bahar, armring daarvan’ (nld)

jaruraujarurau

‘speckled ray, k.o. constellation: Southern Cross’ (eng); ‘gespikkelde rog, sterrenbeeld: Zuiderkruis’ (nld)

jasijasi

‘demonstrative pronoun, those there (for things and animals)’ (eng); ‘aanw. vnw., die daar (voor dingen en dieren)’ (nld)

jasiajasia

‘demonstrative pronoun, those there (for people)’ (eng); ‘aanw. vnw., die daar (voor personen)’ (nld)

jaujau

‘1SG’ (eng); ‘ik, mij’ (nld)

jawarjawar

‘coral reef’ (eng); ‘koraalrif’ (nld)

jawarjawar

‘shield’ (eng); ‘schild’ (nld)

jawarjawar

‘top with toy mill (mill turns because of a piece of rope that is attached to a piece of carved out nutmeg tree bark)’ (eng); ‘tolletje met molentje (molentje draait door touwtje in uitgehold muskaatnootbast)’ (nld)

Jemanijemani

‘anchorage between Kambumi and Miei’ (eng); ‘ankerplaats tussen Kambumi en Miei’ (nld)

jerjer

‘plant from which fish poison is extracted’ (eng); ‘tuba’ (ind); ‘plant die visvergif levert’ (nld)

jojo

‘exclamation: onwards!’ (eng); ‘uitroep: vooruit!’ (nld)

jomajoma

‘postposition: because of’ (eng); ‘postpositie: vanwege’ (nld)

jopajopa

‘flying fish’ (eng); ‘vliegende vis’ (nld)

jowejowe

‘answer call: yes’ (eng); ‘antwoordroep: ja’ (nld)

kaka

‘interjection: ah, well’ (eng); ‘tussenwerpsel: ach, wel’ (nld)

kaka

‘palm leaf base set upright to be used as a target for throwing spears’ (eng); ‘opgerichte klapperbladvoet als doelwit voor speerwerpspel’ (nld)

kaka

‘set up a roof on a canoe (also used as a hut)’ (eng); ‘opzetten van prauwdakje, ook als hut’ (nld)

kababiriaikababiriai

‘belt’ (eng); ‘gordel’ (nld)

kababokababo

‘arrow with a tip made of fish bone’ (eng); ‘pijl met punt van graat’ (nld)

kabarukabaru

‘legumes of all shapes, beans’ (eng); ‘peulvruchten in alle soorten, boontjes’ (nld)

kabaukabau

‘k.o. fruit’ (eng); ‘buah kira-kira’ (ind); ‘puzzlevrucht’ (nld)

kabebarkabebar

‘stick out one's tongue, k.o. wild banana (edible)’ (eng); ‘de tong uitsteken, wilde pisangsoort (eetbaar)’ (nld)

kabereru apaikabereru apai

‘scarecrow with a mat and wind chimes’ (eng); ‘vogelverschrikker met mat en bamboe tong-tong (door de wind bewogen)’ (nld)

kabereruakabererua

‘dance while holding weapons in hand’ (eng); ‘dansen met de wapens in de vuist’ (nld)

kabikabi

‘name for a girl who has not yet been given a name’ (eng); ‘naam voor klein meisje dat haar eigen naam nog niet gekregen heeft’ (nld)

kabihankabihan

‘hollow of board’ (eng); ‘hol van bord’ (nld)

kabokabo

‘then, now’ (eng); ‘dan, nu’ (nld)

kabo nendiwankabo nendiwan

‘grumble’ (eng); ‘lopen mopperen’ (nld)

kabo tabuikabo tabui

‘chatter, chatterbox’ (eng); ‘kletser, veelprater’ (nld)

kabo tarawakabo tarawa

‘similarity’ (eng); ‘gelijkenis’ (nld)

kabo tatupikabo tatupi

‘overwhelm’ (eng); ‘overdonderen’ (nld)

kabojarkabojar

‘draw a circle in the sand with the heel as the center, iron awl’ (eng); ‘met de hiel als middelpunt een cirkel trekken in het zand, ijzeren priem’ (nld)

kabonendiwakabonendiwa

‘complain, grumble’ (eng); ‘mopperen’ (nld)

kabo(r)kabo(r)

‘word, speech, language, dispute’ (eng); ‘perkara’ (ind); ‘woord, spreken, taal, twistzaak’ (nld)

kabotawarkabotawar

‘boast, boastful, cocky’ (eng); ‘pochen, snoeven, hoogmoedig zijn’ (nld)

kabuakabua

‘tree whose leaves are used as decoration’ (eng); ‘boom waarvan hat blad als versiering wordt gebruikt’ (nld)

kabubakabuba

‘carry on top of the back’ (eng); ‘dragen bovenop ruglast’ (nld)

kabubo-kasiarkabubo-kasiar

‘swing a child back and forth by its legs’ (eng); ‘kind laten wippen op omhoog gehouden benen’ (nld)

kabubuikabubui

‘edible bamboo shoots’ (eng); ‘eetbare bamboespruiten’ (nld)

kabuikabui

‘k.o. wild banana, old-style loincloth made of banana fibre’ (eng); ‘wilde pisang, ouderwetse schaamlap van pisang stamvezel’ (nld)

kaburkabur

‘blunt, dull’ (eng); ‘bot, stomp’ (nld)

kabuskabus

‘coat of arms of the government understood as a marker of prohibition or a border’ (eng); ‘wapenbord van het gouvernement, opgevat als verbodsteken en grensteken’ (nld)

kadadiaikadadiai

‘k.o. oyster shell (with a point in the middle of the shell)’ (eng); ‘soort oesterschelp (puntig in het midden van de schelp)’ (nld)

kadekade

‘nautilus’ (eng); ‘nautilus’ (nld)

kadidikadidi

‘bald (of head)’ (eng); ‘kaal van hoofd’ (nld)

kadiduirakadiduira

‘roll, tip, list’ (eng); ‘wentelen, kantelen, rollen’ (nld)

kaekae

‘chopsticks’ (eng); ‘eetstokjes’ (nld)

kaenakaena

‘garbage, stuff (possessions)’ (eng); ‘vuilnis, boel (ook boedel)’ (nld)

kaerkaer

‘draw, drawing of something’ (eng); ‘teken, aftekening van iets’ (nld)

kaerikaeri

‘do a poo, faeces, sand pile outside of a crab's hole’ (eng); ‘zijn gevoeg doen, uitwerpselen, opgeworpen krabbehoop’ (nld)

kaeri kambikaeri kambi

‘small hibiscus plant with yellow flowers’ (eng); ‘klein hibiscusplantje met gele bloempjes’ (nld)

kaeri mariakaeri maria

‘urinate’ (eng); ‘urineren’ (nld)

kaesakaesa

‘charcoal, wood shavings’ (eng); ‘houtskool, schaafkrullen’ (nld)

kaikai

‘aerial root of a banyan tree’ (eng); ‘luchtwortel van waringin’ (nld)

kaikai

‘steel, nerve of a nipa palm leaf’ (eng); ‘steel, nerf van nipahblad’ (nld)

kaikai

‘string of beads’ (eng); ‘een snoer kralen’ (nld)

kainukainu

‘handle of a knife, machete etc’ (eng); ‘heft van mes, kapmes e d’ (nld)

kainukainu

‘handle’ (eng); ‘heft’ (nld)

kainumikainumi

‘itchy mite that gets in the skin between the toes’ (eng); ‘jeukmijt die in de huid tussen de tenen kruipt’ (nld)

kairkair

‘climb a mountain’ (eng); ‘berg beklimmen’ (nld)

kairkair

‘light, set on fire’ (eng); ‘aansteken, in brand steken’ (nld)

kairkair

‘praise’ (eng); ‘lofprijzen’ (nld)

kaiskais

‘used up’ (eng); ‘op, opgebruikt’ (nld)

kaitukaitu

‘over’ (eng); ‘overheen’ (nld)

kaiwasakaiwasa

‘people, crowd’ (eng); ‘volk, menigte’ (nld)

kajaikajai

‘blue-gray shell (with parallel ribbing)’ (eng); ‘blauwgrijs schelpje (parallelribbels)’ (nld)

kajaikajai

‘oyster shell with parallel folds’ (eng); ‘oesterschelpje met parallelplooitjes’ (nld)

kajaweikajawei

‘wave with the hand, wave, indicate no with the hand’ (eng); ‘zwaaien met de hand, wuiven, neen wenken met de hand’ (nld)

kajobikajobi

‘squid’ (eng); ‘sontong’ (ind); ‘inktvis’ (nld)

kajobikajobi

‘type of song form, lament’ (eng); ‘soort liedvorm, klaaglied’ (nld)

kajorikajori

‘squid’ (eng); ‘sontong’ (ind); ‘inktvis’ (nld)

kajoriraukajorirau

‘juicy forest plant with a tight cluster of light purple flowers and leaves with parallel-running nerves’ (eng); ‘sappige bosplant, dichte aar van lichtpaarse bloempjes, parallelnervige bladeren’ (nld)

kajukaju

‘fish with a hook that goes under the water's surface (stone or lead)’ (eng); ‘vissen met gezonken hengel (steen of lood)’ (nld)

kakkak

‘skin, open, loose, slaughter’ (eng); ‘villen, openmaken, losmaken, slachten’ (nld)

kakabirkakabir

‘naked’ (eng); ‘naakt’ (nld)

kakakiparkakakipar

‘pleated, hang loosely from a sail’ (eng); ‘geplooid, slap hangen van het zeil’ (nld)

kakamutukakamutu

‘anchored, mark’ (eng); ‘voor anker liggen, markeren’ (nld)

kakapuakakapua

‘yaws on the sole of the foot’ (eng); ‘framboesia aan de voetzool’ (nld)

kakarasikakarasi

‘basket plaited with rattan’ (eng); ‘van rotan gevlochten mand’ (nld)

kakekake

‘green, blue’ (eng); ‘groen, blauw’ (nld)

kakepankakepan

‘hold in a clamp, clamp’ (eng); ‘vastklemmen, klemmend vasthouden’ (nld)

kakeskakes

‘offer something to guests (eg tobacco and betel nut)’ (eng); ‘iets aanbieden aan gasten (bijv. tabak en pinang)’ (nld)

kakiapkakiap

‘scornful of, taunt, reject, not want, hate’ (eng); ‘honen, beschimpen, verstoten, niet willen, haten’ (nld)

kakibarikakibari

‘fire tongs made of bamboo’ (eng); ‘vuurtang van bamboe’ (nld)

kakirkakir

‘winged bean’ (eng); ‘Psophocarpus tetragonolobus’ (lat); ‘vleugelsnijboon’ (nld)

kakiskakis

‘consecutively, one by one’ (eng); ‘achtereenvolgens, een voor een’ (nld)

kakitakakita

‘chip’ (eng); ‘spaander’ (nld)

kakokako

‘sperm’ (eng); ‘sperma’ (nld)

kakobarkakobar

‘sit hunched, duck down’ (eng); ‘gedoken zitten, ineen duiken, onder in de prauw laden’ (nld)

kakopakakopa

‘earth, ground’ (eng); ‘aarde, grond’ (nld)

kakoparikakopari

‘skip, as in a game or out of joy’ (eng); ‘huppelen, als spel, van vreugde’ (nld)

kakopikakopi

‘wart’ (eng); ‘wrat’ (nld)

kakorikakori

‘lean’ (eng); ‘mager’ (nld)

kakubankakuban

‘hollow of a plate’ (eng); ‘hol van bord’ (nld)

kakumukakumu

‘blink (of eye)’ (eng); ‘knipperen met de ogen’ (nld)

kakunakakuna

‘maggot’ (eng); ‘made’ (ind); ‘larf’ (nld)

kamakama

‘trochus’ (eng); ‘bia susu’ (ind); ‘lolaschelp’ (nld)

kama rarebaikama rarebai

‘large trochus’ (eng); ‘grote lolaschelp’ (nld)

kamadirikamadiri

‘swallow’ (eng); ‘zwaluw’ (nld)

kamaitekamaite

‘stones on the cooking place’ (eng); ‘stenen op de kookplaats’ (nld)

kamajowkamajow

‘fog, mist’ (eng); ‘nevel, mist’ (nld)

kamamkamam

‘plum’ (eng); ‘pruimpje’ (nld)

kamambokamambo

‘clam’ (eng); ‘klemschelp’ (nld)

kamamorikamamori

‘tarry, stay too long to get a lot’ (eng); ‘talmen, lang blijven om veel te krijgen’ (nld)

kamarakamara

‘paint’ (eng); ‘verf’ (nld)

kamarekamare

‘arrow for fish with four points’ (eng); ‘vispijl met vier of meer punten’ (nld)

kamarikamari

‘space under a house on stilts’ (eng); ‘ruimte onder de paalwoning’ (nld)

kamarukamaru

‘unripe, green’ (eng); ‘onrijp, groen’ (nld)

kambabakambaba

‘cliff, large stone’ (eng); ‘rots, grote steen’ (nld)

kambaikambai

‘toilet’ (eng); ‘privaat’ (nld)

kambaraikambarai

‘refuse, don't want, hate’ (eng); ‘weigeren, niet willen, haten’ (nld)

kambarajakambaraja

‘k.o. bird of paradise’ (eng); ‘paradijsvogelsoort, reuzenfluweel’ (nld)

kambarasikambarasi

‘juvenile octopus’ (eng); ‘nog onvolgroeide octopus’ (nld)

kambarasikambarasi

‘water that collects between the roots of a fallen tree’ (eng); ‘water verzameld tussen wortelplaten van omgevallen boom’ (nld)

kambireikambirei

‘hole’ (eng); ‘gat’ (nld)

kambokambo

‘bedroom for young men (room of honour, in the front of the house)’ (eng); ‘slaapkamer voor de jonge mannen (eerste kamer voorin het huis)’ (nld)

kambotarkambotar

‘knobbed’ (eng); ‘geknobbeld’ (nld)

kambukambu

‘water (in general)’ (eng); ‘water (in het algemeen)’ (nld)

kambu besariaikambu besariai

‘water well’ (eng); ‘waterput’ (nld)

kambu betaw besorkambu betaw besor

‘waterfall’ (eng); ‘waterval’ (nld)

kamburukamburu

‘stump (of a body part)’ (eng); ‘een stomp (van lichaamsdeel)’ (nld)

kamdiwankamdiwan

‘shade (from a tree)’ (eng); ‘schaduw (bijv. van boom), lommer’ (nld)

kamikami

‘stone, pit (in compounds)’ (eng); ‘steen, pit (in samenstellingen)’ (nld)

kamisaranikamisarani

‘this morning’ (eng); ‘vanmorgen’ (nld)

kamomakamoma

‘k.o. small trevally’ (eng); ‘kleine bobara-vis’ (nld)

kamorkamor

‘k.o. taro’ (eng); ‘Alocasia metallica’ (lat); ‘keladisoort’ (nld)

kamuabukamuabu

‘starfish’ (eng); ‘zeester’ (nld)

kamukkamuk

‘friend, boyfriend’ (eng); ‘vriend, vriendje’ (nld)

kamumiskamumis

‘mosquito’ (eng); ‘mug, muskiet’ (nld)

kamumis ponorikamumis ponori

‘mosquito larvae’ (eng); ‘muggelarven’ (nld)

kamutkamut

‘grab with the fist, grab a fistful’ (eng); ‘grijpen met de vuist, een vuistvol pakken’ (nld)

kamutukamutu

‘anchor’ (eng); ‘anker’ (nld)

kamutukamutu

‘finish simultaneously, without interruption’ (eng); ‘tegelijk afwerken, zonder onderbreking’ (nld)

kankan

‘remove the outer shell, peel (of a nipa leaf, bamboo)’ (eng); ‘verwijderen van de buitenschil, schillen (nipahblad; bamboe)’ (nld)

kananikanani

‘k.o. seat in a canoe’ (eng); ‘vrachtstoelen in de prauw’ (nld)

kananosikananosi

‘oyster shell of a white and pink colour’ (eng); ‘wit-rose oesterschelpje’ (nld)

kandaikandai

‘liana with thorns’ (eng); ‘dorenliaan’ (nld)

kandorkandor

‘banana variety’ (eng); ‘banaansoort’ (nld)

kandutakanduta

‘weighted rim of a casting net’ (eng); ‘verzwaarde onderrand van het werpnet’ (nld)

kanierkanier

‘mud, mud on the body’ (eng); ‘slijk, modder aan het lichaam’ (nld)

kaninuikaninui

‘bushes on the beach with yellow composite flowers’ (eng); ‘struiken aan het strand met gele composietbloemen’ (nld)

kanisu kutkanisu kut

‘saliva’ (eng); ‘speeksel’ (nld)

kanisu mamukanisu mamu

‘coughing’ (eng); ‘hoesten’ (nld)

kanisu sorekanisu sore

‘spit’ (eng); ‘spuwen’ (nld)

kanisu suokanisu suo

‘sneeze’ (eng); ‘niezen’ (nld)

kanuarikanuari

‘tree shrew’ (eng); ‘Callosciurus prevostii’ (lat); ‘klappereekhoorn’ (nld)

kapkap

‘empty, without content’ (eng); ‘loos, zonder inhoud’ (nld)

kapajakapaja

‘earthen baking dish for sago’ (eng); ‘aarden bakschotel voor sagoe’ (nld)

kapajakapaja

‘spleen’ (eng); ‘milt’ (nld)

kapaporkapapor

‘have many wounds’ (eng); ‘veel wonden hebben’ (nld)

kaparkapar

‘excite on a bobbin, to a spindle, spinning top etc’ (eng); ‘opwinden op een klos, om een spil, tol e d’ (nld)

kaparkapar

‘fold’ (eng); ‘vouwen’ (nld)

kapar rurankapar ruran

‘hit or throw off fruit’ (eng); ‘vruchten afslaan of afwerpen’ (nld)

kaparirikapariri

‘fan, wag’ (eng); ‘waaieren, kwispelen’ (nld)

kaparokaparo

‘leaf and leaf base of a palm’ (eng); ‘palmblad en bladvoet van palm’ (nld)

kapasisaisikapasisaisi

‘grey spotted sea snake’ (eng); ‘grijze gevlekte zeeslang’ (nld)

kapatakapata

‘slightly wound with an arrow (so that the arrow remains stuck for a moment)’ (eng); ‘licht verwonden met een pijl (zodatde pijl even blijft hangen)’ (nld)

kapata jarkapata jar

‘chiton (type of snail on coral)’ (eng); ‘chiton (soort slak op koraal)’ (nld)

kapatiai bekakekapatiai bekake

‘green lizard’ (eng); ‘groene hagedis’ (nld)

kapatisikapatisi

‘lizard’ (eng); ‘hagedis’ (nld)

kapatuakapatua

‘sleepy fish’ (eng); ‘slaapvis’ (nld)

kapaukapau

‘crooked’ (eng); ‘krom’ (nld)

kapipiaukapipiau

‘messy, intertwined, mixed up’ (eng); ‘verward, door elkaar, wdk. door elkaar lopen’ (nld)

kapisakapisa

‘title of honour’ (eng); ‘eretitel’ (nld)

kapitan lautkapitan laut

‘title of honour’ (eng); ‘eretitel’ (nld)

kapokapo

‘mushroom’ (eng); ‘paddestoel’ (nld)

kapopkapop

‘fungus, mould’ (eng); ‘zwam, schimmel’ (nld)

kaporkapor

‘wound’ (eng); ‘wond’ (nld)

kapunkapun

‘weeding’ (eng); ‘wieden’ (nld)

kapupuikapupui

‘tail’ (eng); ‘staart’ (nld)

kapuruskapurus

‘k.o. rattan’ (eng); ‘rotansoort’ (nld)

kapusiakapusia

‘bubble, sound of breaking waves, of waves breaking on bow of canoe’ (eng); ‘bruisen, geluid van brekende golven, van boegwater’ (nld)

karkar

‘file, shave’ (eng); ‘vijlen, raspen’ (nld)

karabaukarabau

‘shell, brown on the outside, blue on the inside’ (eng); ‘schelp, van buiten bruin, van binnen blauw’ (nld)

karabikarabi

‘virgin, unmarried woman’ (eng); ‘maagd, ongehuwde vrouw’ (nld)

karabi pasiakarabi pasia

‘constellation: the Pleiades’ (eng); ‘sterrenbeeld: de Pleiaden’ (nld)

karai(n)karai(n)

‘nest’ (eng); ‘nest’ (nld)

karakikaraki

‘accuse, denounce’ (eng); ‘beschuldigen, aanklagen’ (nld)

karakuaikarakuai

‘strong, firm, tough of meat, hard’ (eng); ‘sterk, stevig, taai van vlees, hard’ (nld)

karamutkaramut

‘scratch with claws’ (eng); ‘krabben met de klauwen’ (nld)

karamut rabankaramut raban

‘shred with claws’ (eng); ‘verscheuren met de klauwen’ (nld)

karandanikarandani

‘k.o. creeper, ground covering plant’ (eng); ‘Calopogonium’ (lat); ‘soort calopohonium, kruipplant, grondbedekker’ (nld)

karandokarando

‘tendon’ (eng); ‘pees’ (nld)

karapesakarapesa

‘chair’ (eng); ‘stoel’ (nld)

kararutukararutu

‘shiver, feel itchy, tickle with a feather or blade of grass etc.’ (eng); ‘huiveren, terughuiveren, kriebelend gevoel hebben kriebelen met een veertje, grasje e d’ (nld)

karatikarati

‘large hollow oyster shell of yellow-green colour’ (eng); ‘grote, holle, geelgroene oesterschelp’ (nld)

karawakarawa

‘braided tube’ (eng); ‘gevlochten kokertje’ (nld)

kareparaikareparai

‘medium-sized shell, irregular in shape’ (eng); ‘middelgrote schelp, onregelmatig van vorm’ (nld)

karikari

‘prohibition sign found in garden, fruit tree or similar’ (eng); ‘verbodsteken in tuin, vruchtboom e.d.’ (nld)

kari derekari dere

‘jaw clamp’ (eng); ‘kaakklem’ (nld)

kari(a)kari(a)

‘deep’ (eng); ‘diep’ (nld)

karia babakaria baba

‘large tide, tidal wave, flood’ (eng); ‘grote vloed, vloedgolf, zondvloed’ (nld)

kariarikariari

‘exclamation: well, well’ (eng); ‘uitroep: wel, wel’ (nld)

kariaukariau

‘k.o. selaginella (moss), k.o. wavy coral (causes itching)’ (eng); ‘soort selaginella, waaierkoraal (jeukverwekkend)’ (nld)

karibukaribu

‘nobbly snail shell with broad wings’ (eng); ‘geknobbelde slakschelp met brede vluegel’ (nld)

karibuarikaribuari

‘snail shell (round, white)’ (eng); ‘slakschelpje (rond, wit)’ (nld)

kariekarie

‘bamboo with broad leaves’ (eng); ‘bamboe met breed blad’ (nld)

kariekarie

‘Job's tears’ (eng); ‘jobstranen’ (nld)

kariesikariesi

‘small snail shell’ (eng); ‘klein slakschelpje’ (nld)

karimamuskarimamus

‘hard work, being demonstrably diligent’ (eng); ‘hard werken, demonstratief ijverig zijn’ (nld)

kariomatkariomat

‘cut off’ (eng); ‘afsnijden’ (nld)

kariorkarior

‘small chisel (eg to make sago beater)’ (eng); ‘kleine beitel (bijv. om sagoklopper te maken)’ (nld)

karipkarip

‘bite’ (eng); ‘bijten’ (nld)

karirakarira

‘set on fire, cook on hot stones’ (eng); ‘poffen, stoven op hete stenen’ (nld)

karirabankariraban

‘tear with the teeth’ (eng); ‘met de tanden verscheuren’ (nld)

karirikariri

‘k.o. crab’ (eng); ‘grondkrab, wenkkrab’ (nld)

kaririakariria

‘bad, intense, terribly, broken’ (eng); ‘slecht, hevig, erg, kapot’ (nld)

kaririankaririan

‘set on fire, cook on hot stones’ (eng); ‘poffen, stoven op hete stenen’ (nld)

karisikarisi

‘ambarella, great hog plum’ (eng); ‘kedondong’ (ind); ‘vruchtboom’ (nld)

karitukaritu

‘bite through’ (eng); ‘doorbijten’ (nld)

kariwaikariwai

‘k.o. crab’ (eng); ‘soort krab’ (nld)

karorkaror

‘snail shell, brown with red dots’ (eng); ‘slakschelpje, bruin met rode puntjes’ (nld)

karotukarotu

‘break off, pull off, stretch, crack one's knuckles’ (eng); ‘afbreken, afrukken, zich rekken, laten knakken v. vingers’ (nld)

karowkarow

‘container made of tree bark’ (eng); ‘vat van boombast’ (nld)

karukaru

‘infusion, broth, secretion fluid, marsh water’ (eng); ‘aftreksel, bouillon, afscheidingsvocht, moeraswater’ (nld)

karu maskaru mas

‘boiled water’ (eng); ‘gekookt water’ (nld)

karu worirakaru worira

‘outside-back’ (eng); ‘buiten-achter’ (nld)

karuaikaruai

‘much eaten k.o. oyster’ (eng); ‘veel gegeten oesterschelpdiertje’ (nld)

karuarkaruar

‘dead, swear word, bringing ruin, praying mantis, stick insect’ (eng); ‘dode, schelwoord, onheilbregend, bidsprinkhaan, wandelende tak, griezelding’ (nld)

karuarkaruar

‘image of dead, spirit of a dead person bringing bad tidings, stick insect, praying mantis’ (eng); ‘dodenbeeld, onheilbrengde dodenziel, wandelende tak, bidsprinkhaan’ (nld)

karuborukaruboru

‘white sailfish’ (eng); ‘witte zeilvis’ (nld)

karubukarubu

‘tasty, gray-yellow colored fish’ (eng); ‘smakelijke, grijs-geel gekleurde vis’ (nld)

karumatirikarumatiri

‘leaking swamp water’ (eng); ‘doorlekkend moeraswater’ (nld)

karundaunkarundaun

‘k.o. tree with leathery leaves’ (eng); ‘boom met leerachtige blaren, gemengd in sago’ (nld)

karuporakarupora

‘back muscles’ (eng); ‘de lendenspieren’ (nld)

karuporakarupora

‘lumbar muscles’ (eng); ‘lendenspieren’ (nld)

karupuikarupui

‘behind’ (eng); ‘achter’ (nld)

karurkarur

‘k o tree that grows on beaches, has a square-shaped fruit that floats’ (eng); ‘strandboom met vierhoekige, drijvende vruchten’ (nld)

karurarokaruraro

‘pool’ (eng); ‘poel’ (nld)

karurawakarurawa

‘dorsal fin’ (eng); ‘rugvin’ (nld)

karurawakarurawa

‘sea ​​foam (squid carapace)’ (eng); ‘zeeschuim (rugschild van inktvis)’ (nld)

karureskarures

‘keelsail boat’ (eng); ‘kielzeilscheepje’ (nld)

karurikaruri

‘warm up’ (eng); ‘zich warmen’ (nld)

karusinakarusina

‘spine’ (eng); ‘ruggegraat’ (nld)

1 2 3